Opa bus

‘Opa bus. Brabbel brabbel opa bus. Brabbel opa bus.’
Zijn voetstapjes komen dichterbij tot hij in de deuropening van de keuken verschijnt. Zijn serieuze gezichtje kijkt naar me op.
‘Opa bus.’ En hij wijst naar de kamer waar opa sliep. ‘No opa.’
‘Opa is weggegaan met de bus, hè schatje.’
‘Opa. Weg. Bus.’
‘Ben je een beetje verdrietig?’
‘Ja…’

*slik*

‘Opa komt wel weer een keer liefje.’
‘Tam brabbel bus nee. Brabbel mama bus nee. Opa bus. Brabbel brabbel Tam mama no bus,’ legt hij me hoofdschuddend uit. Wij zijn niet met de bus weggegaan. Alleen opa.

*slik*

Advertenties

Bruggen slaan

In de tijd dat ik opgroeide, waren Duitsers nog altijd stom. En slecht. En fout. En hoewel ik altijd van mening ben geweest dat ‘de Duitsers van nu’ toch niet verantwoordelijk zijn voor ‘de Duitsers van toen’, voelde ik ook altijd wel ‘iets’ van binnen als het over Duitsland ging, of als ik Duits hoorde praten. Iets. Lekker vaag. Noem het een zekere afkeer. Of het in zeker opzicht neerkijken op. Of een niet echt op iets concreets gebaseerde afwijzing.

Geschiedenis schiet wortel, en als je alleen kijkt naar voorbije oorlogen en de huidige relaties tussen desbetreffende volkeren en landen, zijn daar over de hele wereld genoeg voorbeelden van te vinden.

Vandaag zaten we heerlijk aan het strand te lunchen, toen zoon S besloot dat hij wilde slapen. Ik legde hem in zijn buggy, waar zijn oog voor het eerst op de driejarige buurjongen viel. Van slapen kwam niets meer. De buurjongen zat te eten, dus S wilde natuurlijk ook weer eten. Om de paar seconden draaide hij zich om in zijn stoel om te zien wat de jongen nu weer deed. Toen het jochie klaar was met eten en met een handvol voertuigjes naar een grote bank liep die achter ons stond, was S ook klaar met eten. ‘Mama, uit!’ Maar zonder op mijn hulp te wachten, gleed hij al van zijn stoel.

Het blonde mannetje had een locomotief, een zandschuiver en twee tractors in zijn kleine handen. Hij gaf de coolste tractor aan mijn donkerharige peuter. Die glimlachte dankbaar en opgetogen en keek naar wat de oudere jongen deed – om dat daarna ook te doen. Fabian, zo heette hij, begon een heel verhaal in het Duits. S antwoordde in een haast onverstaanbare mix van Nederlands, Catalaans, Spaans en zijn eigen taal. En o, wat hadden ze een lol! Ze hebben daar wel een halfuur zoet staan spelen samen, onder het goedkeurende oog van hun ouders, andere restaurantgasten en het personeel. Iemand zei: ‘Wat maken kinderen toch gemakkelijk vrienden.’

Ik dacht aan hoe waar dat is. Kinderen maken – over het algemeen – enorm makkelijk vrienden. Zelfs al spreken ze niet dezelfde taal, toch begrijpen ze elkaar. Ze spelen samen, praten samen, hebben samen lol. Ze zijn nog ‘schoon’, kennisloos wat betreft aardse zaken, en communiceren onbevooroordeeld met elkaar. Duitsland-Nederland is wat hen betreft gelukkig niet beladen. De Europese Unie is maar één land, crisisloos. Grenzen bestaan niet. Alleen maar bruggen.

kinderen-volwassenen: 1-0

Kater

‘Hai mama,’ klinkt het lieflijke toontje van m’n peuterzoon. Hij leunt over me heen en drukt zijn elleboog in een pijnlijke schouderspier. ‘Hai mama,’ probeert hij weer.
‘Hai schatje,’ antwoordt mijn hese, raspende stem. Ik grijp blind naar mijn telefoon, druk op een knopje en even word ik verblind door het felle licht. Ik knijp geïrriteerd met mijn ogen. Dan zie ik de klok: 6.59 uur. Nee, nee, nee. Dat kan niet. Daar ben ik het niet mee eens. Ik zag dat zijn ogen pas om 0.37 uur dichtvielen, die van mij dus ietsjes later.

Dan laat hij zich over me heen vallen en gaat op de bedrand zitten. Hij knipt het licht aan. ‘Moemogge-ge,’ zegt hij vrolijk. Nou, zo’n goeiemorgen is het niet hoor. Mijn hoofd voelt zwaar. Een doffe steek doet vervelend achter een oog. M’n mond is extreem droog doordat m’n neus al dagen dichtzit. Ah, toe nou, we móéten nog even slapen!
‘Kom je nog even bij mama liggen?’ probeer ik zo verleidelijk mogelijk.

Maar S is onverbiddelijk. De luiken gaan open en geven ruim baan aan het daglicht. De Franse deuren naar de huiskamer gaan open en even later hoor ik het geluid van dvd-doosjes die opengemaakt worden. Ik hoor het geluid van de aan-uitknop van de televisie. Ah, tijd voor Pieter Post. De marathon van gisteravond was nog niet uitputtend genoeg? Mijn gedachten gaan naar mijn arme Franse oppas, die tot middernacht Nederlandstalige kinderdvd’s heeft gekeken.

Ik had me stiekem weer omgedraaid en de deken extra strak over me heen getrokken, maar mijn droge mond vraagt om water. Het enorme glas op het nachtkastje is leeg. Shit. Voeten op de koude vloer. Joggingbroek aan. S kijkt verheugd als hij me vanuit zijn stoel in actie ziet komen. ‘Mama nee tapt,’ glimlacht hij werkelijk zo lief dat ik er blij van word.
‘Nee schatje, mama slaapt niet,’ bevestig ik.

In de keuken zet ik de ketel op het vuur, ga ik op zoek naar een paracetamol en doe ik boterhammen in het broodrooster. Zonder iets te zien, kijk ik wat in het rond, me bewust van mijn lamlendige lijf. Ik zie het wijnglas van de oppas en denk aan onze eigen cocktails. Het was een heerlijke avond, samen met m’n vader in ‘ons’ fonduerestaurant. Veel gelachen, lekker genoten en het ontbrak ons aan niets. Maar ik geloof dat ik het vandaag bij water en paracetamol houd.

Homemade

Wat HAATTE ik handenarbeid op school. Ik vond er werkelijk niks aan. Ik kon het ook niet goed, waarschijnlijk was dat de reden van mijn diepe afkeer van creatief bezig zijn. De afwerking was het altijd nét niet helemaal. Vamos, het zag er niet uit. Tekenen was ook zo’n vak. Wel leuk en geinig, maar ook heel frustrerend, want ik kon (kan) nog geen fatsoenlijke boom tekenen. Ik moet altijd heel hard lachen als een van mijn vriendinnen me wijst op een website waar, ook in mijn ogen, heel leuke creatieve projecten op staan. Gezellige handigheidjes voor in huis, originele kleding of speelgoed voor je kind, zelfgemaakte cadeaus, weet ik het. Heel erg leuk, maar helaas niet aan mij besteed.

Toch heb ik ook een Crea Bea in mij. Ik gooi de Expedit (voor de niet-kenners: Ikea) niet aan de straat als ik ‘m niet meer wil. Nee, ik haal hem uit elkaar en schroef wielen onder een van de lange planken die dan onder mijn bed als opslag dienstdoet. Ik schilder de kleine plankjes met dezelfde latexverf als waar de muur mee beklad is, schroef er van die houders aan, boor gaten in de muur en heb dan heel handige plankjes. Of ik zaag een plank in smalle, korte stukken, schilder die en bevestig ze aan de muur waar ze de functie van kaarsenhouder hebben. Mijn zelfgemaakte – zelfgezaagde, niet vastgelegde – drempel was ooit onderdeel van een boekenkast. Er moeten toch nog heel wat andere voorbeelden te noemen zijn, maar ze komen niet tot me, op dit moment.

Anyway, vandaag had ik weer een crea-moment!

Het eerste wat mijn zoon doet als hij op de crèche de klas inloopt, is autootjes door een buis rollen en daar heel hard om lachen. Dus toen ik vandaag een man een lange buis bij het afval zag neerzetten, wist ik het wel! Ik heb gezaagd, ik heb kijkgaten gesneden en ik heb gewrikt met een schroevendraaier. Ik heb geverfd, gemeten en rondjes getekend waar morgen gaatjes geboord gaan worden. Dat ding gaat aan de muur, scheef uiteraard, anders werkt het niet, er komt een doos onder die de auto’s opvangt en klaar. Een homemade autotunnel!

Tel het aantal uitroeptekens; je ziet hoe enthousiast ik ben. Zal ik dan maar een homemade blog beginnen?

Geuren van het verleden

Als ik de droge was van het rek haal en opvouw, druk ik altijd wel een handdoek of T-shirt tegen m’n neus. Zo ook vanmorgen. Altijd neemt de geur van mijn wasverzachter me mee naar het huis van de vader van mijn zoon. Naar zijn trui. Naar zijn lakens. Altijd dompel ik me dan een seconde of twee, drie in nostalgie. Langer niet.

Ik mijmer wel langer door als ik langs de bloemist loop en viooltjes of geraniums ruik. De bloembedden rond het gras in de tuin van het plattelandshuis van mijn opa en oma stonden er vol mee. Met mijn ogen dicht ben ik weer een heel jong meisje, een mollig ding dat in haar zeeblauwe bikini in het gras speelt met haar vijf jaar jongere nichtjes. Ik hield van die tuin, wie niet? Veel gras om op te spelen en over te rennen, veel bloemen om aan te ruiken en – helaas – ook veel bijen en wespen die erop afkwamen. Het grasveld bestond uit twee stukken die van elkaar werden gescheiden door een bloembed met een boom en wat struiken. Op het kleinere stuk hielden we een barbecue of speelden we badminton. Vanuit de tuin keek je over het maisveld aan de overkant van de smalle landweg. Bij de verbouwing van het huis verdween de tuin zoals hij was. Ik heb daar jarenlang verdriet van gehad en nog steeds mis ik die veelkleurige, heerlijk ruikende oase.

Van de geur van anijs word ik altijd blij, maar ik zou niet weten waarom. Redbull vinden velen smerig, maar ik hou van die vies-zoete geur. Hij hoort bij lange roadtrips en – sorry, maar ik vind dat ik eerlijk moet zijn – ondamesachtig harde boeren.

Een heel enkele keer, echt zelden, passeer ik een man op straat die het kruidige parfum Fahrenheit draagt. Ik snuif dan eens extra en denk aan mijn eerste echte liefde. Laatst vond ik een hangertje dat hij me destijds – ik was 15 jaar en obsessief verliefd – gaf en ik rook het bijna. Of het überhaupt Fahrenheit heet, weet ik eigenlijk niet eens zeker.

Over parfums gesproken: er is een heel lekker damesparfum, maar ik weet niet hoe het heet, dat ik eigenlijk helemaal niet meer lekker vind. Al is het een jaar of twaalf geleden, ik loop zo weer door de voordeur naar binnen van iemand die ik ooit kende. Zij rookte en was zo iemand wiens haar, huid en kleding naar rook stonk. En als ware het gisteren kus ik haar gedag terwijl de mengeling van sigarettenrook en dat heerlijk zoete, sensuele parfum mijn neusgaten prikkelt. En ik denk: hoe is het toch mogelijk dat mannen met jou mee naar huis gaan?

Als ik met m’n zoon in de dierenwinkel ben, brengen de vele geuren me terug naar de tijd waarin mijn hond nog bij me was. Af en toe mis ik dat: hem ruiken. Niet die vage hondenlucht die in huis kan hangen als er onvoldoende gelucht wordt, of het intens smerige nattehondenaroma. Maar dat lekker muffige achter zijn spitse oren, of dat wat achterbleef op mijn handen als ik hem flink gekroeld had. Dat is natuurlijk heel persoonlijk, want alle andere honden stinken, dat dan weer wel. Niks lekkers aan als ik de hond van een kennis geaaid heb. Zo dacht iedereen vast ook over mijn ‘sneeuwbal’.

Ik ruik ook graag aan m’n zoon. Als hij net wakker is, lekker slaapmuffig. Als hij net in bad is geweest, Zwitsalfris. Ik ruik graag aan zijn kroeldoekje: het is een mengeling van heel veel hem, Zwitsal bodylotion, een zweempje pepermuntachtig Luuf en een beetje opgedroogd speeksel. Jammie. Zwitsal rook voor mij altijd naar vroeger en schoon en gaf me een vrolijk, geborgen gevoel. Het gaf een gevoel van thuis. Nu zal ik het voor altijd associëren met S.

Kamillethee ruikt naar mijn andere S. Tijdens mijn zwangerschap van haar dronk ik er, op aanraden van een vriendin, liters van om mijn misselijkheid tegen te gaan. Nog jaren erna werd ik misselijk van de geur van kamillethee, nu kan ik weer af en toe een kopje drinken.

En op dit moment, waarop ik aan het schrijven ben, is er niets dat me meeneemt naar het verleden. Mijn nieuwe thuisgeur komt uit de keuken waar muffins met dadels, havermout en bruine suiker staan te bakken. Lekker.

Vader

Op Facebook verschijnen de eerste gelukswensen en foto’s van kindertekeningen: het is Vaderdag in Spanje. Aangezien dit pas het eerste jaar is dat S naar de crèche gaat, wist ik niet goed wat me te wachten stond. Of hij met een (door de juf) zelfgemaakt knutselwerkje thuis zou komen, of een simpele tekening (lees: slordige lijnen willekeurig over het papier gekrast). En dat die dan voor mij was, ‘Voor papa’ voor mama. Maar aangezien hij ziek thuis is, gaat voor het derde jaar op rij de Día del Padre ongemerkt aan ons huis voorbij.

Ik heb daar de laatste tijd wel over nagedacht, hoe ze dat op de crèche zouden aanpakken en of er dan ook uitgelegd zou worden wat Vaderdag is. En of S dat dan zou snappen, of dat ie daar nog wat jong voor is. Maar vanmorgen vertelde iemand me dat Vaderdag al lang niet meer gevierd wordt op school. Blijkbaar zijn er zo veel uiteengevallen en verschillend gestructureerde gezinnen zonder aanwezige vader, dat ze die dag liever niet vieren. Vermijden is misschien beter gezegd.

Ik vermoed dat ik nog zeker een jaar gevrijwaard ben van simpele, doch zwaarbeladen vragen. Maar ooit komen ze: ‘Wat is een vader? Wie is mijn vader? Waar is mijn vader? Waarom is hij daar en niet hier? Waarom? Waarom? Waarom?’

Ai, de ‘daaroms’…

Lunchafspraak

Gister werd ik door mijn allerbeste vriend A en een vriendin van hem meegenomen naar Falset, een dorpje bij Reus in de provincie Tarragona. Zijn ex-huisgenoot heeft daar op het platteland een piepklein, maar o zo fijn huisje met zwembad, terras, moestuin, zandbak en basket-/voetbalveld.

DSC_0589We hadden met een groep vrienden afgesproken voor een lunch. En dat gaat dan natuurlijk op z’n Spaans. Wegrijden om 10.00 uur wordt 10.30 uur. Verzamelen om 12.00 uur betekent dat iedereen er rond een uur of 13.00, of zelfs later, wel is. Nou is dat niet zo erg bij zo’n huis, met een biertje in je hand. Rondhangen, beetje voetballen, bijkletsen tot 14.00/14.30 uur, omdat niemand kan beslissen dat we nú naar het andere huis gaan waar we de calçots op de barbecue gaan leggen.

Eenmaal bij het andere huis stookt de ex-huisgenoot de houtkachel binnen op, dekken een paar vrouwen de tafel terwijl een paar anderen zich bezig houden met het kindergrut, ontfermen twee mannen zich over de overdekte barbecueplaats waar aardappels, artisjokken en vlees gegrild worden en gaan de meeste heren naar de plek waar de calçots op het houtvuur gelegd worden (zie foto).Dat is natuurlijk het allerleukst. Een vuurtje stoken van smalle takken, calçots zwart laten blakeren op het vuur, paniek zaaien om het vuur dat uitgaat, roosters van het vuur halen en je hand branden, nieuwe takken erop gooien, roosters weer terugleggen, de zwartgeblakerde calçots in kranten wikkelen, een nieuwe lading op het vuur leggen, weer paniek zaaien om het dovende vuur…

Inmiddels wordt er flink gesnackt van olijven, kaas, fuet en chips, maar hoewel er heel wat magen rammelen, maakt niemand haast. Want waarom zou je? Rond 16.00 uur staan we rond de tafel waar we de calçots flink in de romesco dippen en ze in onze keel laten glijden als ware het haringen. Dan komen de verschillende worsten, lamskarbonades en geroosterde vissen op tafel. Om een uur of 17.30 zet iemand voor veertien man koffie met een eenmansapparaatje en wordt het toetje aangesneden. De kinderen spelen in een aangrenzend weiland waar ze voetballen en hazelnoten zoeken. Wij staan buiten waar we over het heuveachtige landschap uitkijken terwijl we zoete coca met chocola eten, roken en digestivos drinken. Om 18.00 uur zegt de eerste dat ‘we zo naar huis gaan’. Dat betekent dat we na 19.00 uur wegrijden, S na een minuut knock-out ligt te snurken in zijn kinderstoel en we thuis iets voor 21.00 uur de drempel overstappen.

Om 10.00 uur de deur uit lopen en om 21.00 uur weer thuiskomen. Da’s nog eens een lunchafspraak.