In de wachtkamer

In de serie Afgeluisterd

Ik doe een sudoku terwijl ik op mijn beurt wacht. Een oudere dame komt uit een van de behandelkamers en gaat tegenover me zitten. Ze kijkt in het rond en begint te praten, hopende in een willekeurig iemand een luisteraar te vinden.
‘Ze deden het hier en hier,’ vertelt ze terwijl ze plekken op haar pols en arm aanwijst, ‘maar hier deed het meer pijn.’ Ze deden een electromiografie. Je krijgt dan een klem om je arm of been en met weer iets anders krijg je elektrische schokjes toegediend. Op een beeldscherm kunnen ze dan zien of je spieren goed reageren op de zenuwprikkels. Ofzo. Ik weet het ook niet precies eigenlijk.

‘Ja,’ zegt de man naast me, ‘ik heb al maanden pijn.’ En hij draait met zijn schouder alsof hij wil laten zien dat het daar zit. De vrouw draait met haar pols. Een andere vrouw doet vast haar armbanden af. Ik word zelf een beetje nerveus; ik hou niet van rare gevoelens in mijn lijf. Een kies laten trekken onder verdoving doet geen pijn, maar prettig voelt het niet. Dat idee.

Een stel van rond de 50 jaar komt de wachtkamer binnen en gaat zitten op de enorm krakende stoelen. Die zitten allemaal aan elkaar vast. Als de man opstaat om naar het toilet te gaan, gaat zij ergens anders zitten. De stoel kraakt hard onder haar billen.
‘O, het kraakt overal!’ zegt ze terwijl ze verontschuldigend in de rondte kijkt. De man naast me haakt in.
‘Ja, maar het kan veel slechter in een wachtkamer. Het zijn mooie stoeltjes.’ En hij draait nog eens met zijn schouder. De vrouw haalt een krant tevoorschijn en mijn buurman becommentarieert de advertentie op de achterpagina.
‘Het is weer lente bij de Corte Inglès.’ Ik voel voor hem. Hij is zo duidelijk op zoek naar een praatje, naar aansluiting, maar het blijft stil. Niemand heeft zin om te praten. In elk geval niet daarover, of met hem.

Ik ook niet, maar als ik even later terug uit de behandelkamer kom en nog even plaatsneem om op wat formulieren te wachten, grijpt de man zijn kans. Hij vraagt me of het geholpen heeft. Als ik hem zeg dat dit geen behandeling is, maar een bezoek om een diagnose te stellen, kijkt hij teleurgesteld en begint hij me van alles uit te leggen. Draaiend met zijn schouder krijg ik alles te horen, over zijn pijn, over wat hij eraan gedaan heeft, en over dat hij toch wel hoopt dat zo’n electrotoestand hem verlichting geeft. Ik herhaal verontschuldigend dat hij toch nog even zal moeten wachten op verlichting en spring opgelucht op als ik mijn naam hoor die omgeroepen wordt. Ik mag naar huis.

‘Beterschap!’ wens ik mijn wachtkamergenoten nog toe voor ik de trap af ren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s