Papa

Een klamme voorjaarsochtend. We slenteren hand in hand door de nog stille, smalle straatjes van El Born. Ontwijken plassen die de stadsreiniging vanmorgen vroeg heeft achtergelaten. Wapperen met onze handen om de vliegen die uit de rioolputdeksels omhoogkomen weg te jagen. Ik adem bewust zo lang mogelijk uit en ik zeg:
– Lieverd, ik wil je wat vertellen. – Het blijft stil. – Hier in deze straten woont een meneer. En die meneer is jouw papa. Die woont hier in Barcelona.
– Oh? – klinkt er verwonderd uit zijn mond. Maar op dat moment lopen we een hoek om en stuiten we op wegwerkzaamheden. Er staat een graafmachine en mijn zoon (3 jaar en, op de kop af, 7 maanden) wijst en roept: – Kijk mama! Een grrraaf-ma-chine! – Hij raakt compleet afgeleid en ik besluit het onderwerp op een ander moment te herpakken.

Twee dagen later zitten we ’s morgens in een koffiebarretje vlak bij het Picassomuseum. Als de oude baas ons een flesje water en een café con leche, corto de leche heeft voorgezet, haal ik diep adem.
– Zeg schatje, ik wil even met je praten.
– Oké.
– Het is heel belangrijk, dus ik wil graag dat je goed naar me luistert.
– Oké, mama.
– Jij hebt mij wel eens verteld dat F een mama heeft, en nog een mama, en een oma.
– Ja, twee mama’s – hij telt met zijn vingers – en een oma. En B heeft ook een mama en een papa en een broertje. En L heeft een papa en een mama. En een zusje!
– En P?
– Die heeft alleen maar een papa.
– En jij lieverd? Jij woont samen met mama.
– Ja, ik heb alleen een mama. Ik ben met jou.
– Nou, daar wil ik het dus over hebben. Want jij hebt namelijk wél een papa. – Het is drie seconden, niet langer, stil. Dan zegt hij resoluut:
– En die woont in Barcelona. – Ik zit met mijn mond vol tanden en moet dan een lach onderdrukken.
– Zo, jij kunt goed luisteren! Je hebt gelijk, hij woont in Barcelona.

Het blijft even stil. Ik neem een slok van mijn koffie terwijl ik het gezicht van mijn zoon bestudeer en ik bedenk wat ik nu ga zeggen. Hij speelt wat met een suikerzakje, lijkt niet bijzonder onder de indruk van ons gesprek. Ik zet mijn kopje neer.

– Denk je dat je hem een keertje wilt zien? Of wil je dat liever niet? Het hoeft niet.
– Ehm… liever wel. – Ik voel mijn hart kloppen.
– Oké. Dan ga ik dat proberen te regelen. Maar het is belangrijk… – Hij wordt afgeleid door mensen die de bar binnenkomen en naast ons gaan zitten. – Lieverd, kijk eens naar me. Het is belangrijk dat je begrijpt dat hij hier blijft wonen. Hij gaat niet met ons mee. Jouw papa blijft hier, in Barcelona.
– Oké. – Ik probeer iets in zijn gezicht te ontdekken dat zijn rust en zelfverzekerdheid tegenspreekt. Maar ik zie het niet.
– Vind je dat goed, denk je? Dat wij tweetjes dan samen blijven?
– Ehm… ja. Dat vind ik goed. – Hij knikt er overtuigend bij. Ik hou mijn koffiekopje omhoog en hij botst zijn waterflesje ertegenaan. – Proost, mama! – En hij pakt zijn brandweerautootje om hem vol trots te laten zien aan de Amerikaanse toeristen naast ons.

Advertenties