Poedersuiker

Snel druk ik de spoelknop in, trek mijn broek omhoog en ren dan naar de kamer. Een nummer in Zwijndrecht. De pedicure van mama? Het verzorgingshuis? ‘Met Esther.’ De telefoon klem ik tussen mijn oor en schouder en ik rits mijn broek dicht. Ik voel dat de nagel van mijn wijsvinger afbreekt. Het blijft stil aan de andere kant. ‘Met Esther. … Hallo?’
‘Hallo,’ klinkt dan haar stem, op een toon die ik interpreteer als ‘ja, wat wil je van me’. Ik blijf even stil, want zij belt mij immers. Maar zij blijft ook stil.
‘Mam?’
‘Ja?’ Ze zegt het alsof ze van mij nu een gesprek verwacht.
‘Hoe is het met je?’ vraag ik. Want zo beginnen onze gesprekken altijd.
‘O, gaat wel. En met jou?’
‘O, gaat ook wel.’ Ik vraag me af waarom ik zo antwoord en niet gewoon zeg dat het goed gaat. Het blijft weer even stil.
‘Wat is nu je plan?’ vraagt ze.
‘Mijn plan?’
‘Blijf je nog even hier, of ga je zo alweer weg?’ Denkt ze nu dat ik daar ben?
‘Hoe bedoel je dat?’
‘Ik wil even weten wat we gaan doen. Of ga je zo weg?’ Ik denk even na.
‘Nou mam, ik ben nu nog thuis.’
‘O, je bent in eh, in eh, hoe heet het, in Tilburg.’ Daar woon ik al ruim veertien jaar niet meer.
‘Ik ben nu thuis in Leiden.’
‘Nou, dan houdt het op hè. Dan moeten we maar snel een afspraak maken.’ Ze zegt het in haar Achterhoekse dialect, haar moederstaal, waarin wij vroeger nooit communiceerden, maar tegenwoordig bijna alleen maar.
‘Ja, ik kom gauw weer. Ik was er twee dagen geleden nog hè, we hebben samen geluncht en we zijn naar de neuroloog geweest.’ Het bericht komt niet aan.

De rest van het gesprek is eigenlijk haast niet na te vertellen. Er is geen samenhang en ik vraag me weleens af of het in haar hoofd wél ‘klopt’, of ze het in haar hoofd wel snapt. Of het daar wel samenhangend is, of ze de weg soms nog vindt in de poedersuikermist die over haar hersenen hangt. Zo zie ik dat soms voor me.

Als ik vraag of ze de telefoon aan een verzorgende wil geven, blijft het wel een minuut stil.
‘Hallo?’
‘Hallo.’
‘Mam, wat doe je?’
‘O, gewoon een beetje rondlopen.’ We praten weer wat, of doen een poging tot, dat is beter gezegd. Al snel vraag ik weer of ik een verzorgende aan de telefoon mag.
‘Waarom?’
‘Omdat ik iets wil vragen.’
‘Wat wil je dan vragen?’ Ineens is ze erbij.
Ik lach: ‘Dat wil ik gewoon even zelf doen.’ In mijn hoofd hoor ik het háár tegen míj zeggen. En ik betrap mezelf er ook op dat ik met mijn zoon dezelfde vraag-antwoorddynamiek had kunnen hebben. Dit is zo’n moment waarop de traditionele rollen omgedraaid zijn.

Het duurt even voordat ik iemand aan de telefoon krijg. Zij weet ook niet goed waarom mijn moeder me wilde spreken. Ze heeft nog wel een nieuwtje: de enige man op de afdeling is gister overleden. Henk (niet zijn echte naam) was de buurman van mijn moeder, zowel op de gang als aan tafel. 94 jaar mocht hij worden, een luchtweginfectie was te veel voor zijn lichaam.

Mijn eerste ontmoeting met Henk was beangstigend. Woedend stond hij voor me, met een centimeter of twintig tussen ons in. Hij gebaarde wild met zijn stijve handen, zijn gezicht was rood aangelopen en hij schreeuwde naar me. Hij was ervan overtuigd dat de spullen in mijn handen van hem waren – maar ze waren natuurlijk gewoon van mijn moeder. Ik was bang dat hij me een mep zou verkopen, wat overigens niet gebeurde. Gelukkig, want er school een grote kracht in hem.

In de daaropvolgende weken kwam ik erachter dat het een lieverd was. Zolang ik hem bij binnenkomst maar een lach schonk, en een aardige begroeting. Na een langzame tel of vijf ontdooide zijn gelaat, keek hij me met waterige ogen aan en gaf hij me een tanden ontblotende lach die me tot diep van binnen ontroerde. Op een dag kwam ik de gezamenlijke huiskamer in en was hij aan het dansen met een van de verzorgenden. Een goeie bui en muziek: dat was alles wat hij tot voor kort nodig had om zijn benen in beweging te krijgen. Na het eten ging hij ‘aan het werk’. Tussen aanhalingstekens, want de map vol reclamefolders en oude papieren waar hij op zijn gemak doorheen bladerde, was natuurlijk geen werk. De folders gingen eruit, werden naast de map gelegd, opnieuw met veel zorg gerangschikt en weer in de map gedaan.

Nog niet zo lang geleden kwam hij in een rolstoel terecht. Zijn benen weigerden inmiddels dienst en ik heb hem niet meer zien lopen, laat staan dansen. De laatste keer dat ik hem zag, was twee weken terug. Ik bakte pannenkoeken met spek voor de hele afdeling. Hij smulde ervan. Op een gegeven moment kwam mijn zoon naar me toe: ‘Mam, Henk giet expres zijn thee op zijn bord en hij strooit allemaal poedersuiker op de tafel en ik zei er wat van en toen zei oma dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien.’ Ik liep naar de tafel en kon niet anders dan hard lachen: Henk was kwistig aan het schudden met de bus en de anders bruine tafel zag wit.
‘Henk, wat doe je nou? De tafel is toch geen pannenkoek?’ Mijn zoon begon ook te lachen, hij vond het hilarisch – en dat was het ook!
‘Bemoei je er niet mee, dat lossen we zelf op,’ sprak mijn moeder me streng toe. Ik schonk haar geen aandacht en keek naar haar buurman.
‘Joh, kom maar met die bus, dan zet ik ‘m weg,’ lachte ik. Maar Henk bleef poedersuiker strooien en keek me vanonder zijn wenkbrauwen aan. Zag ik glimmende pretoogjes? ‘Henk, kom, geef ‘m maar, je gaat de tafel toch niet opeten?’ Mijn zoon gierde het uit. Ja hoor, wat ik zag in Henks ogen was een mengelmoes van onschuld en pret. Ergens in zijn hoofd wist hij dat wat hij deed ondeugend was. Dat was Henk. De volwassen man als klein kind op zoek naar een grap. Zelfs (of juist? wie zal het zeggen?) in zijn dementie.

Ik slik de brok in mijn keel weg. ‘Weten de bewoners dat hij is overleden? Vertellen jullie dat? Hoe is het voor mijn moeder dat haar tafelgenoot er niet meer is?’ Het beeld van die ontroerende man die een berg poedersuiker op tafel strooit, flitst door mijn hoofd en ik besef dat ik een prachtig laatste beeld van hem heb. Hoe zou zij zich hem herinneren? Nou, dat is dan weer het voordeel van háár dementie, van de poedersuiker in haar hoofd. Het komt niet zo binnen, de mist bedekt het nieuws. Ze is het alweer kwijt.

Advertenties

Een gedachte over “Poedersuiker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s