Voorgevoel

De telefoon gaat en je weet direct wie het is, zonder te kijken op je scherm. Of je denkt heel sterk aan iemand en diegene staat plots voor je deur – terwijl dat geen gewoonte is. Kent u dat? Er zijn mensen, ik weet niet met hoeveel we zijn, ja, we, want ik behoor ook tot die groep mensen, die dingen voorvoelen. Soms of vaak, in verschillende hevigheid.

Zo’n telefoonverhaal stelt niks voor. Maar zo droomde ik bijvoorbeeld ooit van een metro-ongeluk in Barcelona, vrij specifiek, en binnen een paar dagen knalden er daadwerkelijk twee stuks op elkaar. Vond ik best apart. 

En zo gebeurt het dat ik nu in tranen zit te tikken. Ik heb een zwart voorgevoel en ben te bang om de telefoon op te pakken en ik stel het uit door mijn laptop open te klappen en een nieuw document te openen. Ik zie niet veel, de deleteknop zal straks eraan te pas moeten komen om mijn tikfouten te herstellen, maar typen zal ik. Wegschrijven. Rationaliseren. Tot rust komen.

Een van de rare dingen die ik weleens doe, is compleet uit het niets – ook voor mijzelf, want ik plan dat niet – een zelfverzonnen tekst zingen op een bestaand nummer. On the spot geïmproviseerd. Over wat er op dat moment allemaal moet gebeuren in het huishouden, of over het weekend dat we tegemoetgaan, soms over iets bloedserieus waarvan ik wat lading wil wegnemen – althans ik vermoed dat dat de reden is dat ik zoiets dan op die manier aanpak – en soms over ontzettend onzinnige dingen.

Zo kwam ik net de keuken uit met twee koppen thee in mijn hand en zong ik dat ik zo dadelijk met mijn zoon naar de bioscoop ga – het is maandag, we hebben een spijbeldag. Dus ik zong over dat-ie uit bed moest komen en dat we popcorn gaan eten bij Buurman & Buurman. Dat deed ik op een melodie die ik anders nooit gebruik. En eerst had ik niet eens in de gaten wat het was. Tot ik even zo gauw geen eigen tekst meer had en verder ging met het tweede refrein: U zij de glorie … (Voor uw in- en beleving: Iiiik gaaa met miijjn zoon nahaar dehuh bioscoop)

En ik denk het intelligente: huh? Waar komt dat nou ineens vandaan? Ik zing verder en mijn zoon kijkt me verbaasd aan. Wat is dat nou voor tekst? Mijn stem begint te knijpen. En ineens word ik overvallen door een groot verdriet en stromen de tranen over mijn wangen. Wat gebeurt er? Waarom voel ik me zo? Dan komen er allerlei verbindingen tot stand in mijn hoofd, tussen het lied, mijn moeder en momenten waarop je dit lied hoort: begrafenissen. Ik zoek het lied op in YouTube en laat het mijn zoon horen.

U zij de glorie, opgestane Heer
U zij de victorie, nu en immermeer
Uit een blinkend stromen
daalde een engel af
heeft de steen genomen
van ’t verwonnen graf

In stilte vraag ik me af: Is het einde nu echt nabij? Is-ie aan het afdalen om haar op te halen?

Ik zit nog steeds achter het scherm, heb nog niet gebeld, realiseer me nu ook dat ik wel gebeld zou worden als het zover was. Het tikken werkt, ik kom in nadenkmodus, de emoties gaan aan de kant. Misschien fungeren die wel als een soort bescherming, bereiden ze me vast voor op wat vroeg of laat komen gaat. Nu gaat mijn hoofd in beschermmodus. Het zegt: Bel niet. Ga popcorn eten.