Chaos

This morning Facebook reminded me of something I wrote four years ago: ‘It’s hot. It’s sticky. It’s noisy. It’s complete chaos.’

Knowing my house was in Calle Casanova in Barcelona at the time, one might think there was another protest or referendum of some kind happening on the streets below my French windows. There might have been, actually, but it wasn’t about that. I instantly remembered the disorden in which I was living, and the uproar happening on my insides. I was packing up my stuff, our stuff, and getting ready to do something I vowed would never happen: move back to The Netherlands.

I had been saying my goodbyes for weeks, months even. Saw the city through different eyes. Remembered all things that Barcelona life had given and taken away. It’s the place where I’ve lived my darkest days and was my happiest ever self. It was home.

These last few days, seeing the news, reading the papers and talking to Barna-people, I’m a witness to the division between the people, the people and the government, both regional and national, their frustrations, them not being heard, people hurting each other, scolding at one another for wanting something else, the unspoken for violence. When I think of what watching Spanish television is like, it’s actually really no surprise the way this is unfolding. Because on tv no one listens to the one who has the floor. Everyone just starts yelling and screaming to be heard. But as no one listens, no one hears. (*)

It hurts to see my home crumbling like that. No one wishes chaos upon their safe place.

Leaving my life and everyone and everything in it behind was maybe the second hardest thing I ever did. There was a constant ache for so long, but the triggers to my tears have become less through the past four years. Building a new life requires letting go of the old one. It takes time. Lots of effort. Lots of going with different flows, trying to find one that suits mine. Chance meetings with lovely human beings, taking care of old friends, making new ones. It’s exciting to build traditions and find joy in moments and places I never thought of before. It’s hard but oh so rewarding to make sure me and my boy are as comfortable as possible in our own skin. It may still be chaotic, but then again, I might not want to live without it.

And in the meantime I hold on to the thought that someday, somewhere, I will come home.

(* Curious side note, as today the city I now live in celebrates being freed from the Spanish in 1574.)

Advertenties

Leven en dood

Op een mooie meidag speelt ze met mijn kleuter in de branding van de nog koude Middellandse Zee. Ze kent hem al vanaf toen hij een paar maanden oud was, was zijn eerste vaste oppas. Ik blijf op afstand, mijn oog achter de lens van mijn spiegelreflexcamera – die ik alleen maar heb gekocht om mooie foto’s van mijn zoon te kunnen maken.

Terug in de chiringuito bestel ik een mojito. Ik roer wat door het glas waar veel te veel ijs in zit en ik kijk naar ze terwijl ik door de twee rietjes drink. Ze lopen naar de handdoek en gaan naast elkaar zitten, niemand om hen heen. Ik zie het perfecte plaatje. Haar opgestoken haar boven een groene bikini. Zijn smalle ruggetje, het donkere haar dat afsteekt tegen de groenblauwe zee voor hen. Ik pak de camera weer vast en ren erheen. Achter hen plof ik op het zand, zonder dat ze me in de gaten hebben. Klik. Focus, klik. Zoom in, uit, focus, klik. Een intiem beeld. Vertrouwd.

Ik ben helemaal in mijn nopjes met de mooie foto en kan niet wachten hem haar te mailen. Maar dan voel ik me schuldig. Bezwaard. Verdrietig. Moet ik haar die foto wel sturen? Ze wil ’m best hebben, in een lijstje op haar nachtkastje, maar dan met een ander kind. Háár kind. Haar Noa.

Maar Noa is dood.

En wat vind ik deze vrouw dapper en liefdevol dat ze dit soort momenten met andermans grut niet uit de weg gaat. Want ondanks dat ze misschien lol maakt, doet het haar ook pijn. Rouwen is nou eenmaal moeilijk. Uitputtend, verwarrend, eenzaam. Wanhopig en frustrerend eenzaam. Ik ‘mag’ dat zeggen, want ik weet dat.

Ik wou dat ik ook wist wat er in de toekomst ligt. Of zij op een dag haar fotoalbum kan vullen met foto’s van haar eigen vlees en bloed. Maar ik weet dat niet. Ik weet alleen dat het leven doorgaat, tegen wil en dank. Met of zonder jou. Zij heeft nu besloten dat ze mee wil blijven doen, hoe pijnlijk en confronterend dat ook is. Dat ze vooruit wil blijven kijken. Nooit eerder zag ik haar zo boos. Zo vastberaden. Zo duidelijk op weg.

In juni van dit jaar is het een jaar geleden dat haar dochter overleed, tien jaar geleden dat de mijne overleed. In de eerste paar jaar van onze vriendschap deelden we anekdotes over mijn zoon, nu stelt ze me vragen over hoe dat eigenlijk met mij ging, tien jaar geleden, hoe ik dat ervoer, hoe ik verder ging, hoe het elk jaar weer is als ‘de datum’ eraan komt, hoe ik die dag doorbreng. Hoe bizar is het dat zij en ik allebei een grafje op een berg in Barcelona hebben? Met niemand anders heb ik ooit eerder op deze specifieke manier over mijn dode kindje kunnen praten.

En ik besef: zij en ik zijn met elkaar verbonden door onze kinderen. Levend en dood.

Papa

Een klamme voorjaarsochtend. We slenteren hand in hand door de nog stille, smalle straatjes van El Born. Ontwijken plassen die de stadsreiniging vanmorgen vroeg heeft achtergelaten. Wapperen met onze handen om de vliegen die uit de rioolputdeksels omhoogkomen weg te jagen. Ik adem bewust zo lang mogelijk uit en ik zeg:
– Lieverd, ik wil je wat vertellen. – Het blijft stil. – Hier in deze straten woont een meneer. En die meneer is jouw papa. Die woont hier in Barcelona.
– Oh? – klinkt er verwonderd uit zijn mond. Maar op dat moment lopen we een hoek om en stuiten we op wegwerkzaamheden. Er staat een graafmachine en mijn zoon (3 jaar en, op de kop af, 7 maanden) wijst en roept: – Kijk mama! Een grrraaf-ma-chine! – Hij raakt compleet afgeleid en ik besluit het onderwerp op een ander moment te herpakken.

Twee dagen later zitten we ’s morgens in een koffiebarretje vlak bij het Picassomuseum. Als de oude baas ons een flesje water en een café con leche, corto de leche heeft voorgezet, haal ik diep adem.
– Zeg schatje, ik wil even met je praten.
– Oké.
– Het is heel belangrijk, dus ik wil graag dat je goed naar me luistert.
– Oké, mama.
– Jij hebt mij wel eens verteld dat F een mama heeft, en nog een mama, en een oma.
– Ja, twee mama’s – hij telt met zijn vingers – en een oma. En B heeft ook een mama en een papa en een broertje. En L heeft een papa en een mama. En een zusje!
– En P?
– Die heeft alleen maar een papa.
– En jij lieverd? Jij woont samen met mama.
– Ja, ik heb alleen een mama. Ik ben met jou.
– Nou, daar wil ik het dus over hebben. Want jij hebt namelijk wél een papa. – Het is drie seconden, niet langer, stil. Dan zegt hij resoluut:
– En die woont in Barcelona. – Ik zit met mijn mond vol tanden en moet dan een lach onderdrukken.
– Zo, jij kunt goed luisteren! Je hebt gelijk, hij woont in Barcelona.

Het blijft even stil. Ik neem een slok van mijn koffie terwijl ik het gezicht van mijn zoon bestudeer en ik bedenk wat ik nu ga zeggen. Hij speelt wat met een suikerzakje, lijkt niet bijzonder onder de indruk van ons gesprek. Ik zet mijn kopje neer.

– Denk je dat je hem een keertje wilt zien? Of wil je dat liever niet? Het hoeft niet.
– Ehm… liever wel. – Ik voel mijn hart kloppen.
– Oké. Dan ga ik dat proberen te regelen. Maar het is belangrijk… – Hij wordt afgeleid door mensen die de bar binnenkomen en naast ons gaan zitten. – Lieverd, kijk eens naar me. Het is belangrijk dat je begrijpt dat hij hier blijft wonen. Hij gaat niet met ons mee. Jouw papa blijft hier, in Barcelona.
– Oké. – Ik probeer iets in zijn gezicht te ontdekken dat zijn rust en zelfverzekerdheid tegenspreekt. Maar ik zie het niet.
– Vind je dat goed, denk je? Dat wij tweetjes dan samen blijven?
– Ehm… ja. Dat vind ik goed. – Hij knikt er overtuigend bij. Ik hou mijn koffiekopje omhoog en hij botst zijn waterflesje ertegenaan. – Proost, mama! – En hij pakt zijn brandweerautootje om hem vol trots te laten zien aan de Amerikaanse toeristen naast ons.

Barcelona is voor mij…

1. ‘Masaje masaje! Quieles masaje? Muy bueno!’ De vele Aziatische vrouwtjes die dag in dag uit de stranden aflopen en je voor 5 of 10 euro een pittige rub down geven.
2. De stad die ik begin januari 2004 vanaf de trappen voor het Museu Nacional d’Art de Catalunya overzag. Ik was pas een dag of drie, vier in de Catalaanse hoofdstad en besloot op dat moment dat er zo veel te ontdekken viel, dat ik er maar moest gaan wonen. Na drie maanden keerde ik begin april terug naar Nederland om alles af te handelen en af te sluiten. Officieel emigreerde ik op 1 mei 2004.
3. Een stad met vele gezichten. Mooi en lelijk.
4. Jonge kinderen die hangend in de armen van papa of mama met hun broek op de enkels naast een boom plassen.
5. Het door de massa onontdekte Planet Café in de wijk Eixample Esquerra. Ik liep er jarenlang voorbij zonder er naar binnen te lopen, enigszins geïntrigeerd, maar toch afgestoten door het ‘gewone cafépubliek’ dat ik er naar binnen en buiten zag gaan. Maar toen ontdekte ik het… Het is er gezellig aangekleed, in de winter heerlijk knus warm, in de zomer fijn koel, ze hebben er wifi, altijd leuke muziek, de tv staat aan zónder geluid, en ze serveren heerlijke (kruiden)thee, lekkere broodjes en taarten.

6. Oudere buurtbewoners die een praatje maken met de krantenverkoper van de kiosk.
7. De stad waar seks verward wordt met liefde, en liefde vervangen wordt door seks.
8. Laagstaande zon die de straten in de winter heiig maakt.
9. ’s Winters: een koud huis zonder cv, koude voeten, koude handen, koude neus. Een fleecedekentje als laken in bed onder het dubbele dekbed. Zo’n zelfde dekentje over de koude kussensloop. Warmwaterzakken (meervoud) in bed en overdag onder/op de voeten. Een sjaal om die niet meer afgaat. Continue inname van thee en soep. Typen met handschoenen aan. Het jaar erna tochtstrippen aanbrengen en een nooit eerder ontdekt gat in de muur provisorisch dichten.
10. Zomers: een verstikkend huis waar je de warmte bijna in ziet hangen en die je haast opzij moet duwen om je te kunnen voortbewegen. Water, ijsblokjes, een usb-ventilatortje dat je inplugt in je laptop, overdag de ramen en luiken dicht om de hitte buiten te laten. De hond op en onder een natte handdoek. Om het uur een snelle, koude douche – afdrogen niet nodig.

11. Picknicken op de overblijfselen van een oud luchtafweergeschut dat stamt uit de Spaanse Burgeroorlog. Met een fenomenaal uitzicht over de stad, de naastgelegen stadjes, de bergen, de vallei, het vliegveld, de zee. 360 graden rond wordt je uitzicht niet belemmerd. Een fantastische plek om aan de drukte van het centrum te ontsnappen, zonder de stad uit te gaan.
12. Zwervers, dronkenlappen en slecht opgevoede mannen die bij de afvalcontainers voor de deur piesen.
13. Uitgebreid of juist heel snel een driegangenmenu verorberen. In sommige restaurants komen veelal mensen die geen zin of niet de mogelijkheid hebben om op kantoor te zitten met een boterham. Daar wordt met een snelheid gegeten waar je u tegen zegt. Als je nog aan je salade vooraf zit, komt de vis al op tafel. En liggen er nog aardappels op je bord, komen ze vast vragen of je koffie wilt. In andere restaurants doen ze er wat langer over en kun je uren tafelen met een fles wijn, een fles water, een voor-, hoofd- én nagerecht voor een prijs die rondom de 10 euro ligt. Geen grap.
14. Waar ik mijn Mexicaanse hermana ontmoette. Zulke verschillende levens, maar met dezelfde gevoelservaringen en levensvragen.
15. Bij ‘de Chinees’ voor een paar euro alles kunnen kopen wat je op een onbewaakt ogenblik maar nodig kunt hebben: een zeefje, siliconenkit om een loszittend raam vast te zetten, een speelgoedautootje, een sjaal omdat het ineens koud is, extra bestek of borden voor onverwacht bezoek, plakband, een prullenbak, een radiowekker, batterijen, een wasrek, kaarsen, paperclips, een reiskoffer, fotolijstjes, kurkentrekker, scartkabel, kleding, telefoonhoes.

16. Een interessante bijeenkomst met een psycholoog op de crèche niet kunnen volgen, omdat mijn (en dat van andere ouders) sprekend Catalaans niet vloeiend genoeg is en ze desondanks weigeren het in het Spaans te doen.
17. Politieke debatten op tv, tot diep in de nacht. En ook de meest waardeloze reality-tv die je je maar kunt voorstellen.
18. Fantastisch openbaar vervoer. Naast of voor de deur. Je komt overal en nog redelijk snel ook.
19. Slimme en geniepige dieven die je op klaarlichte dag, zonder dat je het in de gaten hebt, recht onder je neus bestelen. Gelukkig hebben ze mij nooit besodemieterd.
20. Winter 2004 – mijn eerste kerst zonder familie. Kerstavond kookte ik voor mijn overgekomen, toenmalige vriend en eerste kerstdag brachten we door met het schilderen van mijn appartement. We aten pizza en dronken wijn. Geniaal. Later vierde ik kerstavond met dierbare vrienden en/of vriendinnen, in de stad, bij iemand thuis of aan mijn eigen eettafel. Ik begon mijn eigen tradities voor de feestdagen te ontwikkelen: puzzelen voor kerstavond echt aanvangt, kippetje vullen en in de oven, zoete aardappels, lekkere wijn, een late avondwandeling door de stad, even binnenwippen bij de nachtmis in de kathedraal, chocolade met churros nuttigen voor we naar huis gaan. Wát een heerlijkheid! Eerste kerstdag naar een goede vriendin en haar gezin en schoonfamilie. Na het eten kwamen er vrienden over de vloer en werden er gin-tonics geschonken.

21. Het ene na het andere protest. Groot en klein. Onopgemerkt door de grote meute of van dusdanige proporties dat het de buitenlandse kranten haalt. Vredelievend, of met dramatische afloop. Maar altijd indrukwekkend als je de moeite neemt even stil te staan bij het waarom achter het protest en hoe iemand zich voelt, wat hij ervaart om aan zoiets mee te doen. Er zijn meelopers, maar voor velen is het een letterlijke schreeuw om aandacht waar een zekere mate van wanhoop uit blijkt. In godsnaam luister. In godsnaam doe iets.
22. Alex.
23. Te veel vuile mensen op straat die (wel moeten) bedelen om geld. En denk maar niet dat het allemaal dronkenlappen of drugsverslaafden zijn. De gevolgen van de crisis zijn in Barcelona helaas maar al te goed zichtbaar.

24. Kinderen die tot laat in de avond op straat spelen of er slapen op papa’s schouder, of in de buggy.
25. Een jonge vrouw die hartje zomer midden op een druk kruispunt in alle rust naast een vuilcontainer haar rok omhoogtrekt en zichzelf verlicht.
26. Een doorgangsstad. Afscheid nemen hoort erbij. Er gaat altijd wel iemand weg; terug naar het eigen land, of verder weg op zoek naar nog meer uitdaging. Veel vriendschappen blijken vluchtig. De eerste drie jaar dat ik in Barcelona woonde heb ik van zo veel mensen afscheid moeten nemen van wie ik dacht dat ze deel uit zouden maken van mijn nieuwe leven, dat ik een tijdlang mensen die ik voor het eerst leerde kennen eerst vroeg of ze van plan waren te blijven of te gaan. In de loop van de tijd ben ik er rekening mee gaan houden en ervan opkijken deed ik nooit meer, maar eraan wennen? Nee. Dat nooit.
27. Slenteren door andere wijken en me afvragen hoe het leven zou zijn gelopen als ik daar gewoond had. In een ander huis, met andere buren, een andere supermarkt, een andere koffiebar, een ander park en andere mensen. Met wie was ik dan bevriend geweest? Had ik misschien een ander netwerk gehad? Had ik misschien meer werk gehad? Was het leven makkelijker geweest, of moeilijker, of had het niet uitgemaakt? Zou ik daar dan nog wonen?
28. De vele ‘paki’s’ die je op het strand en in de parken agua cerveza beer coca cola en later op de avond ook wel verdovende middelen willen aansmeren. En elk jaar verzinnen ze iets nieuws, zoals verse kokosnoot en mojito’s.
29. Een aantal eenzame jaarwisselingen.
30. Sjieke dames met sjieke tassen die een sjiek kopje koffie drinken in de sjieke winkelstraat, zich schijnbaar onbewust van de decadentie die daar vanaf druipt.

31. Sportiviteit. Gedurende het jaar, vooral in de eerste helft, kwamen er verschillende (halve) marathons en andere hardloopevenementen mijn huis voorbij. Ik kwam elke dag wel joggende mensen op straat tegen, of in een park, langs het strand, of op de Montjuïc, maar dat er zó veel hardlopers zijn in de stad? Ik nam me elk jaar voor om het jaar erop ook eens mee te doen. Maar het bleef bij aanmoedigen of kijken en bewonderen vanaf mijn balkon.
32. Waar de kerstbomen in vergelijking met Nederland belachelijk duur zijn.
33. Jong en oud zoekend in de prullenbakken naar iets te eten. Mensen in prullenbakken zien zoeken naar iets te eten is heel naar. Als ik oude mensen dat zie doen, vind ik het daarnaast ook zo zielig, zo sneu. De laatste jaren komen er ook steeds meer jonge mensen bij. Dat komt extra dichtbij en vind ik ronduit schokkend.
34. Ontdekking. Van culturen. Van kunst en geschiedenis. Van het bestaan van zo veel subculturen. Van mezelf.
35. De plek waar mijn dochter begraven ligt. In een pijnlijk mooi wit kistje in een door de zon beschenen nis op de Montjuïc.

bijsarah

36. Waar ook mijn zoon geboren is, vijf jaar ‘na Sarah’.
37. Oude dametjes die al schuifelend zelf nog naar de supermarkt gaan voor een pak melk, in slow motion weliswaar, maar toch.
38. Heel veel heel goede, goede en minder goede kennissen – die tegenwoordig Facebookvrienden heten – en een handvol nieuwe vriendschappen for life.
39. Brood met écht lekkere olijfolie eten.
40. Wijnproeven in de Ribera. We schrijven november. De wintermuts beschermt tegen de kou die sinds een paar dagen de stad teistert. Maar koning Winter weerhoudt ons niet van een middag en avond slenteren door de oude straatjes terwijl we ons wijnglas steeds maar weer bijvullen en her en der lekkere hapjes en zelfs olijfolie proeven.

41. Strand. In elk seizoen. Op welke dag van de week dan ook. Wandelen. Ontbijten. Spelen. Zitten. Staren. Denken. Rennen. Drinken. Lachen. Zoenen. Dromen. Samenzijn en vieren. Alleen zijn en rouwen. Slapen. Vrijen. Afscheid nemen.
42. Een keurig nette vrouw van middelbare leeftijd die hartje stad, in de Carrer de Pelai, op de grond tegen een muur zit en daar al een paar jaar met een kartonnen bordje voor zich om geld vraagt.
43. Vrijheid. Gaan en staan waar ik wil. Zijn wie ik wil. Wanneer ik wil. Vrij zijn om echt eigen keuzes te maken.
44. Mensen die in je leven komen en net zo makkelijk weer gaan.
45. Levenslessen.

46. Oost-Europese meiden of jongens die je bij het uitstappen uit de metro omsingelen en je zo ontdoen van je portemonnee, mobiele telefoon of camera. Het is verschillende kennissen, vrienden en zelfs familieleden van me overkomen. Een keer stond ik erbij, maar ik keek er niet naar. De tante in kwestie begon keihard te schreeuwen – wat een longen heeft dat kleine, tengere vrouwtje. Ik pakte haar camera terug uit de broekzak van een van de twee berovers, ooms hingen aan de metrodeur om te voorkomen dat hij weg zou rijden. Wat een dramatiek was dat.
47. De beste cosmopolitan? Bij La Luna, vlak bij de Santa Maria del Mar. Ik heb er door de jaren heen heel wat besteld, maar daar maken ze hem toch echt het best.
48. Een verjaardag, of gewoon zo maar een dag, vieren op een picknickkleed in het Parc de la Ciutadella. Er een tukkie doen onder een van de palmbomen in het gras. Of er terechtkomen in een rave. Of er dansen onder het dak van de muziekkapel als het sneeuwt.
49. Altijd leven in de stad. Altijd.
50. Diep verdriet en teer geluk.

51. Waar ik de geheimen van latin lovers leerde kennen. Het begint met de oogopslag. Het gaat verder met de prachtige, allerliefste, complimenteuze, begripvolle, mooie, liefdevolle en vaker niet dan wel oprechte woorden die in zo’n lekker accent over hun tong rollen.
52. Waar mensen lijnrecht tegenover elkaar staan als het om onafhankelijkheid gaat. Waar sommige rasechte Catalanen weigeren Spaans te spreken, vooraan staan bij elke pro-Catalonië demonstratie en buitenlanders als ik de les lezen omdat ik het Catalaans niet, maar het Spaans wel beheers. Waar mijn bejaarde bovenbuurtjes, in Barcelona geboren en getogen, verdriet hebben om de onafhankelijkheidsbeweging en dat ze soms gedwongen worden een keuze te maken. Want ze houden van Barcelona en Catalonië, maar ze houden ook van Spanje en voelen dat ze deel uitmaken van heel het land.
53. Mooie gevels. Ik keek graag omhoog als ik over straat liep of in de bus zat.
54. Met maar zes mensen in een oud modernistisch paleis in huiskamersetting naar een prachtig concert luisteren.
55. Anoniem. Als je er alleen wilt zijn, dan kan dat. Als je er wilt verdwalen, dan kan dat. Als je er wilt verdwijnen, dan kan dat. Als je je er onzichtbaar wilt voortbewegen, zonder opgemerkt te worden, door wie dan ook, dan kan dat.

56. Mensen die door elkaar praten, schreeuwen zelfs, en zich niet eens bewust zijn dat ze weigeren naar elkaar te luisteren.
57. De stad waar ik perplex heb gestaan van de ondenkbare lafheid van een man die vader is, was had kunnen zijn.
58. Verborgen pleintjes met historie. Hoe vaak heb ik mezelf al voorgenomen om daar een boek over te schrijven?
59. Altijd je hand op je tas houden. Altijd. Ook als je aan tafel zit, buiten op een terras, of binnen in een restaurant. Hou altijd je hand op je tas. Laat ook nooit je mobiel op tafel liggen. Je denkt onterecht dat niemand die ongemerkt kan wegpakken.
60. De stad die me leerde over relativiteit.

61. Waar ik een paar jaar het ene na het andere baantje aannam om maar de huur te kunnen blijven betalen, terwijl ik zocht naar mijn weg. Bijvoorbeeld? Vertalen van een website voor appartementenverhuur, receptionist bij een hostel, spinninginstructrice, administratie doen op een groot kantoor van een internationaal bedrijf, serveerster in een (leuk!) Catalaans restaurant, een paar dagen per jaar meehelpen op de cannabis-beurs, smoothies en broodjes maken in een klein barretje, een paar fietstours, internationaal contactpersoon en sales bij een ander internationaal bedrijf dat parkeersystemen verkocht, lerares Nederlands.
62. Ontmoeten van mensen uit alle hoeken van de wereld.
63. Winterse siësta’s op het strand. Op een kleedje. Verwarmd door de zon. Verrukkelijk.
64. Waar ik de mooiste vuurwerkspektakels zag. Boven zee en bij de Font Màgica (magische fontein) aan de voet van de Montjuïc.
65. Kerstshoppen zonder jas aan. Even de voeten laten rusten op een terrasje in de zon. Maar wel overal sneeuwdecoraties zien. Een beetje vreemd, maar wel lekker.

66. Intrigerende subculturen.
67. Ontdekken van wat mij bindt aan Nederland en de Nederlandse cultuur. Het ontdekken van iets ongrijpbaars dat maakt dat Nederlanders in het buitenland elkaar vinden en elkaar moeiteloos begrijpen, op verschillende vlakken. Hoewel ik heel diep kan gaan met dierbare vrienden uit allerlei landen, toch praat het met een landgenoot vaak (niet altijd) nét iets makkelijker en lach ik nét iets vaker.
68. Het gezellige wandelen naar waar ik ook naartoe moest. Op de begane grond van de gebouwen zijn allerlei winkels, bakkers, supermarkten, cafés, galeries, restaurants, kleine bedrijfjes en kantoren gevestigd. Daarboven wordt gewoond. Hier geen saaie, vooroorlogse woon- of een ‘hippe’ nieuwbouwwijk.
69. Bijna non-stop politie- en ambulancesirenes horen.
70. Straten waar het nooit, maar dan ook nooit stil is. Maar als je geluk hebt, vind je een woning in een straat vlak achter de drukte, waar het lawaai op de een of andere manier aan voorbijgaat. Stilte, midden in de stad.

71. Waar ik graag ‘de’ liefde had willen vinden, en houden.
72. Waar ik door vrijwilligerswerk leerde over hersenverlamming. Erachter kwam dat de hersenverlamden in Barcelona en omstreken hun eigen microklimaat hebben met vriendschappen die veelal teruggaan tot in de kindertijd, toen ze elkaar leerden kennen op de speciale school. Ik mocht een boek schrijven over de stichting ASPACE, een beladen en waardevol project. Ze lieten mij toe in hun wereld, een bijzondere ervaring.
73. Vleesfondue met m’n vader in La Carassa, een knusse huiskamer waar we praatten en flirtten met David en Dani en altijd (te) veel cava, kirsch, caipirinhas, wodka en wijn nuttigden.
74. Een tekort aan goede, betaalbare kappers. Maar ik moet zeggen: daar is de laatste jaren een verandering gaande.
75. Verborgen extremen.

76. Cavacocktails drinken.
77. Waar ik een aantal mensen heb achter moeten laten die ik zó ontzettend graag mee had willen nemen.
78. Het haten van de overvolle, veel te drukke, emblematische Rambla. Maar als je de lange promenade op een rustig moment treft, is het anders. Als je niet zo hoeft uit te kijken waar je loopt en je omhoog kunt kijken, valt je oog op details die je anders nooit ziet. Prachtige gevels, een restaurant of winkel of bar of ijskraam waarvan je niet wist dat die er zat.
79. Als een stad in een roman, wanneer ik door de stationshal van Estació de França wandel en mijn koffer achter me aanrolt. Ik ga op reis met melancholie in mijn hart; eigenlijk wil ik niet weg. Ik kom er thuis in een wereld zó anders dan die waarin ik opgroeide.
80. Een dorp in een miljoenenstad: ik kwam er toch met enige regelmaat bekenden op straat tegen, in of buiten mijn wijk. Dat geeft een extra flair aan de dag.

91. Volle stranden als de zon schijnt, ongeacht de temperatuur die de thermometer aangeeft. In bikini of in dikke jas, het is altijd genieten.
92. Waar mijn ogen opengingen voor het vaak (niet altijd) voorspelbare gedrag van mannen en vrouwen binnen een relatie. Waar ik, niet eens zo zeer door eigen ervaring maar meer door wat ik om me heen zag gebeuren, leerde accepteren dat mannen vaker niet dan wel trouw zijn. Waar ik dan ook ben gaan twijfelen aan de noodzaak van monogamie.
93. Waar regelmatig met een vriendin een kopje thee of een glas wijn drinken op een terras deel uitmaakte van mijn dagelijks leven.
94. Niet weten wat de dag en nacht je gaan brengen. Verrassing!
95. Een uitvalsbasis naar strand, bos en bergen. Allemaal in no-time bereikt. Even naar zee? Bus 64 naar Barceloneta. Een frisse boswandeling? Met de ferrocarril naar de Collserola. Een dagje skiën of snowboarden? Twee uurtjes rijden richting de Pyreneeën. In stilte over de stad uitkijken? Metro en funicular naar een van de parken op Montjuïc. Een rustig strand opzoeken? L95 naar Castelldefels.

96. Vallen en opstaan.
97. Het hebben van slechts een handvol favoriete koffie-, tapas- en eettentjes, terwijl het er van barst en ik, vooral in de eerste paar jaren, de een na de ander uitprobeerde.
98. Ontdekken van één kant en dan de andere kant. Van mezelf. Van andere mensen. Van het leven.
99. Zo bekend en tegelijkertijd nog zo mysterieus en vol onontdekte plekken en mensen. Zo dichtbij in vlieguren, maar zo ver weg. In mijn hart, maar ongrijpbaar.
100. t h u i s

Se acabó

Con tres sellos de tinta azul y una mirada compadecente de la mujer que los ha puesto, se acabó. Es oficial: en Barcelona y el resto del país ya no tengo permiso de trabajar, o abrir una cuenta bancaria, o comprar un piso, o hacer cualquier otra cosa que no sea de turistas.

En mi copia del formulario veo que está marcado el ‘Baja por cese’. Detrás de ‘especificar la causa’ pone: regresa a país natal.

Fuera saco el paraguas. Llueve, lo cual es muy apropiado en este momento. Leo las palabras en el letrero del edificio: oficina de extranjeros. Pues eso: que soy extranjera. Ahora que he cedido el NIE, lo soy más que nunca. Es sólo un papel verde, ya lo sé, pero después de diez años en esta ciudad me siento, por primera vez, extremadamente fuera de lugar.

Creerás que soy tonta, pero tanto como llueve en la calle, llueve dentro de mi.

Adiós al jueves

El coche se aleja. Ella se queda mirándolo, la mano en el aire.

Adiós.

Los hombres en el vehicular familiar no se han dado cuenta de que sus ojos se llenaban de lágrimas. Que se mordía el interior de sus labios y sus mejillas. Igual no saben lo que ella siente. El niño en sus brazos sí que lo ve. – Mamá triste, dice. Se pone la cara muy seria y empieza a acariciarla la frente y el cabello. – Ya está, le dice, muy en serio. – Ya está.

Para él el adiós no es siempre muy grato, pero por lo menos es un momento en que puede practicar y demostrar todas las maneras e idiomas en que sabe despedirse. Que son muchas. Y ‘chocarla’ también es favorito. Además saludar con la mano, dar besos reales o besos de mano. Eso distrae y le hace feliz. Todavía no sabe de las consecuencias de un adiós. No conoce el ‘nunca más’.

Ella los conocía justo en la época en que se quedó embarazada del niño: un grupo de gente, sobre todo hombres, alguna mujer, de veinte y pico hasta cincuenta y algo de edad. Cada jueves se reúnen y entre ellos hacen una revista. Han dejado que ella entraba y poco a poco se iban conociendo, los jueves y algún otro día. Ella aprendió de parálisis cerebral, de este mundo dentro del mundo, de gente en algunos aspectos diferente, pero igual al resto. Se ha reído con ellos. Hizo un trabajo con ellos.

Hoy se dió cuenta de cuánto la agradecen, la aprecian, la valoran, la echarán de menos. Ahora, que estaba aparcado el coche con que la llevaron a su casa, se daba cuenta de cuánto significaba para ella relacionarse con este grupo de gente. Al darle al ‘jefe’ el último abrazo, al decirle las últimas gracias, pasaron por su cabeza tantos recuerdos hechos en sólo tres años y medio y notó en su interior la pena que sentía por no poder haber hecho aún más, por no poder seguir trabajando y aprendiendo al mismo tiempo.

Fue una gran época, una parte importante de su vida. Y ahora que el coche gris con el ‘jefe’ y el ‘modelo’ se aleja por última vez, se siente triste por tener que decir adiós. Adiós a las tardes de los jueves.

Timing

Als binnen een paar dagen tijd je lamp kapot springt als je hem aandoet, én je een barst ontdekt in het marmer om de gootsteenbak, én de doucheslang uit het niets dusdanig begint te lekken dat de waterdruk zowat weg is, én de olijfolie op is terwijl je nog een dag of vier moet koken, én een opdringerige Argentijn geen ‘nee’ wil horen, én je bank definitief doorzakt… Dan weet je dat je verhuizing goed getimed is.