Verliefd zijn is niet makkelijk

Billie Holiday schalt voor de duizendste keer door onze huiskamer. Ik pak cadeautjes in voor de (kinder)verjaardag waar we zo naartoe gaan.

– Weet je eigenlijk waar deze mevrouw over zingt? Ze zingt over de liefde. Ze wil graag met haar liefde zijn, maar ze weet nog niet wie hij is, of waar hij is.
– Waarom wil ze dat dan?
– Nou, omdat ze graag wil knuffelen, en hand in hand over straat lopen, en dat hij een beetje voor haar zorgt. ……. Ik zou ook wel zo iemand weer eens willen hebben.
– Waarom?
– Om dezelfde redenen, eigenlijk.
– Maar die heb je toch al (besmuikte glimlach)?
– Haha, ja, dat klopt, zo iemand heb ik al. Maar ik bedoel een volwassen iemand.

En ik som wat stellen op die we kennen. Ik vertel dat als alle kinderen naar bed zijn, die volwassenen dan samen een glas wijn drinken, samen praten, knuffelen, lachen. Als ik zie dat hij niet overtuigd raakt, probeer ik het op een andere manier.

– Weet je nog dat je verliefd was op Luciana? En nu misschien ook wel een klein beetje op Eva? Dat wil ik ook wel.
– Maar soms lukt dat niet meteen hoor.
– Hoe bedoel je dat?
– Nou, soms duurt het even voordat je vriendjes bent met elkaar. Bijvoorbeeld toen met Luus. Als diegenege (geen schrijffout) niet verliefd is en de ander wel, dan is het best moeilijk. Want degenege die niet verliefd is, moet eerst wennen aan degenege die wel verliefd is. En dat gaat ook zo bij volwassen mensen. Dat heb ik gezien op de televisie.

Advertenties

Prinses

*hij kijkt naar de schoenen die weggepropt onder de kast in de gang liggen*
-Mama, wat heb je toch mooie schoenen.
-Dankjewel lieverd.
*ik trek mijn hakken aan*
-Nou mama, wat zijn dat nou weer een mooie schoenen!
-Nou dankjewel!! Wat fijn om te horen.
-Ik vind ze echt mooi! Weet je, je kunt nu trouwen met die schoenen. Dan ben je een prinses.
-Hihihihihihihi!
-Ja, en dan ben ik de koning.

Ik ben bij jou

Toen ik nog in Barcelona woonde en de hit Barcelona van Freddy Mercury en Montserrat Caballé uit de speakers bij de magische fontein schalde, werd ik eerder koud dan warm vanbinnen. Het raakte me nooit, die muziek. Tot vandaag.

We zitten een pizza uit onze nieuwe oven te verorberen als ik het pompeuze Barceloooonaaaaaa uit de radio hoor komen. De tranen rollen direct over mijn wangen.
“Wat is er mama?” vraagt mijn kleine man.
“Hoor je die muziek? Het gaat over Barcelona. Ik mis het. Ik mis het zo.” En ik begin te huilen. S ook een beetje. Met betraande ogen zegt hij:
“Ik mis het ook. Ik mis mijn papa. Ik wil met jou in het vliegtuig naar Barcelona en papa.”
Ik houd over de tafel heen zijn kleine hand in de mijne. Hij voelt koud. We nemen nog een hap pizza en komen wat tot rust. Dan zwelt de muziek weer aan: Barcelonaaaaaa! De tranen rollen opnieuw over mijn gezicht.
“Je hoeft niet verdrietig te zijn, mama.”
“Waarom niet?”
“Daarom ben ik bij jou. Het gaat zo weer over.”

Maakt niet uit

*mopperdemopperdemopper*

Dan zucht ik eens diep en bied mijn excuses aan terwijl ik zijn avondluier dichtplak.
– Sorry lieverd, dat ik zo chagrijnig loop te doen.
– Dat maakt niet uit, mama. Ik wil je knuffelen.
Zijn vergoelijkende woorden treffen me diep. Zijn ogen kijken me vol oprechte vriendelijkheid aan. Ontroerd buig ik me over hem heen en knuffel hem. Zijn armpjes slaat hij stevig om me heen. En hij zegt:
– Ik vind je lief.
Ik maak me half los uit onze omhelzing en kijk eens goed naar het bijzondere, gevoelige wezentje dat onder me ligt. Die stralende ogen. Die onvoorwaardelijke liefde.
– Ik vind jou ook lief.
– Ik vind jou ECHT zó lief.
Hij plant een dikke smakkerd op mijn mond. Ik plant er nog wel vijf terug. Dan worstelt hij zich los en begint hij het bed als een trampoline te behandelen.
– Mag ik nog even springen?

Verliefd

Ze ziet hem zijn jas uittrekken bij het poortje en wenkt al.
– Kom Sam, kom naast mij zitten.
Hij gaat zitten, grijpt haar hand en hun vingers verstrengelen zich. Giechelend kijken ze om zich heen. Hij is 3 jaar, zij bijna 4.

Een paar dagen later komen we aangelopen als de kinderen al buiten spelen. Jip is blij Sam te zien. De juf vertelt me dat ze bij het jas aantrekken op tegenstand stuitte van de blonde krullenbol: “We moeten op Sam wachten”, had hij gezegd. Ook andere kinderen komen naar de poort zodra ze hem spotten. Maar als ik na onze rituele knuffel de deur opendoe, wandelt hij een beteuterde Jip en andere jongens die met hem willen klimmen en andere jongensdingen willen doen zo voorbij. Hij gaat linea recta naar haar, zijn Braziliaans-Duitse vriendin, pakt haar hand en gaat met haar naar de glijbaan.

Ik laat me vertellen dat ze de hele dag hand in hand doorbrengen. Als ik hem kom halen, zitten ze samen in de auto. Of wandelen ze samen met de poppenwagen door het lokaal. Of maakt zij pap voor hem in het keukentje terwijl hij braaf aan tafel zit. Het klopt wel met wat hij thuis vertelt, het is Luciana voor en na. “Ik vind Luciana lief”, zegt hij dan terwijl hij zijn schouders verlegen optrekt.

En weer een andere dag zie ik hun prille liefde algemeen bevestigd, out in the open. Als we bij de speelplaats aankomen, rennen er een paar kinderen naar ons toe. Maar in plaats van mijn peuterzoon mee te lokken naar hun spel – ze weten inmiddels wel beter – wijzen ze naar achter in de tuin en roepen: “Sam, Luciana is daar!” Andere kinderen lopen door de tuin: “Luciana! Luciana! Sam is er!” Sam kijkt in een tent in een verkeerde hoek, gooit zijn handen dramatisch naast zijn lichaam en zegt teleurgesteld: “Ik zie haar niet. Ze is er niet.” Maar dan komt ze aangerend, net als in de film, en vinden hun handen elkaar weer. Samen lopen ze naar het kleine heuveltje achter in de tuin. Met rode blosjes van genoegen kijkt Sam in het rond tot hij mij ziet. Hij zwaait, glunderend.

Aan het einde van de dag hoor ik dat ze samen plantjes uit de tuin hebben getrokken. Samen sorry moesten zeggen. En dat Sam heel erg moest huilen. Had hij zich door zijn muze laten verleiden tot kattenkwaad? Later wil het meisje puzzels maken. Sam kiest voor de boerderij. De eerste tekenen van een breuk, of gewoon even tijd voor zichzelf?

Vanmorgen bij het wakker worden speelt hij met zijn haar. “Ik heb een staartje. Kijk maar. Luciana heeft ook een staartje. Ik heb een kleine staart, maar ik wil ook een grote staart.” Still going strong.

Bravo, mama

‘Etrege etrege, odde nat. Etrege etrege, odde nat. Etrege etrege, odde nat.’ Het regent. En de pannetjes worden nat. Een van de weinige liedjes die hij graag zelf zingt. Maar toen het laatst stil bleef onder het plastic dat de buggy bedekte, ging ik maar zingen.
‘Het regent, het regent, de pannetjes worden nat. Er kwamen twee vriendinnetjes aan, die vielen op hun gat, kletsnat.’ Er klonk geklap vanuit de buggy.
‘Babo mama! Babo!’ (Bravo)

Later die middag zette ik een dvd’tje op, terwijl het buiten met bakken naar beneden kwam.
‘Deze wil je toch zien?’
‘Ok. Piepo, ok.’ (Little People)
‘Zo, even wachten tot ’ie laadt… Hij begint zo.’
‘Heel goed, mama.’

Altijd leuk om complimentjes te krijgen…

Boem

Ik zit op de rand van mijn bed door boeken en papieren te bladeren die in de boekenkast ernaast staan. De deuren van mijn slaapkamer gaan dicht en ik hoor hem zeggen:
‘Da mama. Da mama.’ Maar als de tweede deur dichtgaat (het zijn van die houten, Franse openslaande) hoor ik het geluid van hout op hoofd. Boem.
‘O mama mira, Tam boem. Mama mira, Tam boem.’ Hij wrijft over zijn haren terwijl hij naar me toeloopt. Als hij voor me staat, draait hij zich met zijn rug naar me toe.
‘Moet er een kusje op?’
.’ Smak.
‘Kaaaa.’ (Klaar)