Mijn eerste koffie

Een paar uurtjes geleden heb ik, geloof het of niet, mijn allereerste koffie ooit gedronken.

Vaak heb ik het geprobeerd. Met veel melk. Met weinig suiker. Met veel suiker. Met weinig melk. Cappuccino, café con leche, espresso. Van alles. Want het is zo een gezellig drankje! Ik ben altijd jaloers op vriendinnen die met hun lepeltje zo heerlijk door de opgeklopte melk roeren en dan wat schuim met cacao erop van datzelfde lepeltje likken. Maar nee. Cafeïneshot nodig? Ik zocht mijn heil dan in cola, de light versie of red bull, vooral tijdens het autorijden.

Wat vandaag anders maakte? De situatie vroeg erom. Slecht geslapen, heel slecht, en veel werk te doen. No way dat ik wakker zou blijven met mijn ogen op een beeldscherm gericht. Nu had ik laatst een slokje geproefd van een frappuccino en dat was zo slecht nog niet. Dus ik toog vanmorgen naar de hoek van de straat, naar Starbucks.

Meer dan 4 euro moest ik neertellen voor de kleine variant, met caramel. Afzetters. Klein was ie overigens niet – misschien naar Amerikaanse maatstaven wel. En lekker! Flinke schep slagroom erop, extra caramel dribble erover. Jammie.

Achter m’n laptopje gezeten slurpte ik de beker zo leeg, met een rietje uiteraard. Zo drink je tegenwoordig koffie? Vraagteken? En al gauw voelde ik me… anders. Na een tijdje begon het bloed door mijn lijf te razen en kreeg ik een enorme kick. Gáán, wilde ik, met die banaan. Na een uurtje volgde een dipje. Ik begon te geeuwen. Dat laat met red bull altijd wel even op zich wachten. Maar dat dipje ging gauw voorbij en nog steeds voel ik me… opgefokt. Ja, dat is het goeie woord. Ik ben moe, maar opgefokt. En ik kan nog wel even doorwerken. Ik kreeg een ticket mee. Als ik die morgen inlever, krijg ik 50 procent korting op mijn frappuccino. Dat wordt weer een ochtendje opgefokt achter de laptop. Lekker.

Advertenties

Commerciële intelligentie

Het leuke van het werken als eindredacteur is dat je nog eens iets opsteekt. Vorige week bijvoorbeeld lag er een uiterst handig boekje voor de creatieve zzp’er op mijn werktafel. Het is geschreven door een (commercieel zeer intelligente) fotograaf en geeft mensen zoals ik – die zo nodig voor zichzelf willen werken, vrijheid nastreven en hun geld willen verdienen met schrijven, ontwerpen en andere creatieve beroepen – enorm slimme tips.

Mensen zoals ik hebben het namelijk over het algemeen niet makkelijk. Natuurlijk: we doen wat we willen en dat geeft veel voldoening, een gevoel dat goud waard is. Als we geen zin hebben om te werken, gaan we iets leuks doen. Die verloren uurtjes halen we ’s nachts wel weer in. Niets zo fijn als ’s nachts doorwerken en na een (paar) liter koffie met vermoeide, rode ogen de stad zien en horen ontwaken. Maar het brengt ons, over het algemeen, geen ruim en/of stabiel inkomen, het is moeilijk een hypotheek af te sluiten, we bedelen constant om werk, we bouwen geen pensioen op, hebben geen recht op een werkloosheidsuitkering of zwangerschapsverlof (misschien ook wel, maar dat weet ik niet eens!): zekerheid is ver te zoeken.

Dit boek, dat over twee maanden verkrijgbaar is, maakt ons duidelijk dat het ook anders kan. En dat het niet eens zo heel moeilijk is. ‘Je’ moet er wel wat voor doen, het komt niet vanzelf, maar ook wij, vrijheidslievende freelancers, kunnen commercieel intelligent aan de slag. Ook wij kunnen zorgen voor veel werk, genoeg inkomen en alle gevolgen van dien. Met dank aan Robert Elsing.

Typisch

Typisch voor mij is het, om met ijskoude handen van het typen en dichtvallende ogen van de slaap, toch nog even achter de laptop te gaan zitten. Het is na middernacht en de wekker gaat om 7.00 uur. Voor die tijd, dat kan op elk willekeurig tijdstip tussen nu en dan zijn, wordt mijn zoon – en dus ik – ook nog een of meerdere keren wakker. Maar ik krijg ineens een ingeving. Een beeld voor mijn ogen, met woorden erbij. Er moet geschreven worden. Terwijl ik begin te typen, schieten de woorden ‘nieuw boek’ door mijn hoofd.

Typisch ik: om op een tijdstip als dit, zo’n groot project als dat heel impulsief te beginnen. Ik maak er nog net geen aparte map in ‘Mijn Documenten’ voor aan.

Hoe ver zou ik komen? Hoeveel bladzijden gaan dit worden? Ik ken mezelf, vandaar mijn woordkeus ‘typisch ik’. Want hoe vaak ben ik al niet midden in de nacht aan tafel blijven zitten, met een daadwerkelijk mooi idee, bijna altijd op iets waargebeurds gebaseerd, zonder dat daar uiteindelijk ook maar iets concreets uit voortkwam?

Ik weet niet hoe vaak. Maar, ondanks dat ik het koud heb en moe ben, typ ik nog wel even verder.