Melancholie

18 april

Het zonnetje… herstel. De zon staat fel te stralen, ook al is het nog geen zomer. De kalme Middellandse Zee schittert de vroege strandgangers tegemoet. Een volle rondvaartboot glijdt voorbij richting het Forum. Bij de chiringuito leunt een groep Hollanders, Duitsers en Engelsen op hun rode huurfietsen terwijl de gids hun aandacht probeert vast te houden met een of ander verhaal – vermoedelijk over de visserswijk. Vanaf de kant van de haven klinkt in de verte de herrie van een drilboor waarmee een straat opengebroken wordt.

Hier zit ik dan. Met de laptop voor me en een fles water naast me. Aan zee. In de zon. Een briesje dat verraadt dat de winter nog maar net plaats heeft gemaakt voor de lente, maakt dat ik mijn dunne vestje nog even aanhoud. Op het scherm prijkt een Worddocument waarin ik een volgend boek schrijf.

Klinkt goed, hè? Zo veel redenen om gelukkig te zijn. Maar deze ochtend voel ik slechts melancholie, omdat ik weet dat de dag komt dat het geen optie is om hier te gaan zitten. Dat de zon mij niet meer zo intens verwarmt. Dat een tapasje niet meer zo besteld is en ik geen Catalaans of Spaans om me heen meer hoor. De onrust in mij wakkert steeds meer aan.

Typisch

Typisch voor mij is het, om met ijskoude handen van het typen en dichtvallende ogen van de slaap, toch nog even achter de laptop te gaan zitten. Het is na middernacht en de wekker gaat om 7.00 uur. Voor die tijd, dat kan op elk willekeurig tijdstip tussen nu en dan zijn, wordt mijn zoon – en dus ik – ook nog een of meerdere keren wakker. Maar ik krijg ineens een ingeving. Een beeld voor mijn ogen, met woorden erbij. Er moet geschreven worden. Terwijl ik begin te typen, schieten de woorden ‘nieuw boek’ door mijn hoofd.

Typisch ik: om op een tijdstip als dit, zo’n groot project als dat heel impulsief te beginnen. Ik maak er nog net geen aparte map in ‘Mijn Documenten’ voor aan.

Hoe ver zou ik komen? Hoeveel bladzijden gaan dit worden? Ik ken mezelf, vandaar mijn woordkeus ‘typisch ik’. Want hoe vaak ben ik al niet midden in de nacht aan tafel blijven zitten, met een daadwerkelijk mooi idee, bijna altijd op iets waargebeurds gebaseerd, zonder dat daar uiteindelijk ook maar iets concreets uit voortkwam?

Ik weet niet hoe vaak. Maar, ondanks dat ik het koud heb en moe ben, typ ik nog wel even verder.