De belastingdienst: ze maken het graag moeilijk

Ik wilde een toeslag aanvragen en begreep niet waarom ik volgens de website van de belastingdienst een toeslagpartner heb. Daarom belde ik met de belastingtelefoon. Drama. Ik probeerde de situatie uit te leggen, maar stuitte op een herhalend: ‘Mevrouw, ik ga niet met u in discussie, ik kan de regels niet veranderen.’ Nee, dat snap ik, maar u bent er toch om vragen aan te stellen en om dingen te begrijpen en om te praten en weet ik wat niet meer?

Gefrustreerd liep ik binnen bij de belastingdienst. Zonder afspraak. Maar dat kan niet. En je kunt ook niet ter plekke een afspraak maken. Je moet naar huis en dan telefonisch een afspraak maken.

Vandaag had ik bij de KvK een afspraak met een belastingconsulent die wel erg vaak zei: dat moet ik eerst even opzoeken op internet (dat kan ik zelf ook, maar omdat die informatie vaak niet compleet is zit ik bij u). En bij onze afsluiter over leasen kwam het neer op: ‘Check dat van die bijtelling en privé/zakelijk gebruik maar bij het leasebedrijf, want die hebben dat varkentje vaker gewassen. Ik weet niet hoe dat precies zit.’ De extra uitsmijter, het toeslagverhaal, was echt te veel. Daar wist hij niets van. – Wat hij wel wist? Geen idee. Ik ben er niets wijzer geworden.

Toen belde ik toch maar weer met die verdomde belastingtelefoon waar ik een verdekte grote mond kreeg van een arrogante Dionne van inkomstenbelasting die me wel heel neerbuigend toesprak. Ze zou me doorverbinden. Ik zei: ‘Wijsneus’. Ik hoorde: ‘Ik ben nog aan de lijn’. Ik antwoordde ongeïnteresseerd: ‘Oh, ok’. Waarop ze verbolgen tegen iemand of niemand zei: ‘Ze noemde me een wijsneus.’ Ze legde de hoorn op de haak.

Protest

Gisteravond ging het zoveelste protest van 2013 voorbij mijn huis een van de grote verkeersaders van Barcelona over. Het waren studenten. Misschien ook wel docenten, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Ze waren niet met heel veel, de groep demonstranten nam niet meer dan een huizenblok in beslag. Ze droegen fakkels en riepen leuzen om zo de aandacht te vestigen op hun ontevredenheid wat betreft de bezuinigingen op hun onderwijs.

Het was een mooi protest, hoewel dat op de foto niet zo overkomt. De fakkels gaven het een aparte sfeer, mooi en beangstigend tegelijk. Beangstigend, omdat een fakkel zo makkelijk gegooid is, onder een auto, in een container. En we weten allemaal dat er in Barcelona nogal eens een container of auto in lichterlaaie gezet wordt tijdens een demonstratie. Maar de vlammen en het geroep maakten ook een andere indruk.

Saamhorigheid – we zitten allemaal in deze zinkende schuit die onze educatie is. Rouw – de bezuinigingen leiden onherroepelijk tot slechter onderwijs en dat gaat ten koste van onze toekomst. Wanhoop – wat rest ons nog te doen om de betrokken ambtenaren ervan te overtuigen dat dit niet kan? Frustratie – we willen leren, we betalen voor onderwijs, maar het gaat alleen maar bergafwaarts.

De straat op, allemaal!

Wat het ook mooi maakte, was het gepassioneerde geluid dat die tientallen, misschien tweehonderd mensen voortbrachten. Relatief weinig stemmen maakten o zo veel lawaai. Ik hoorde ze lang nadat ze mijn huis gepasseerd waren nog schreeuwen.

StudentenprotestWat jammer was, maar o zo typisch, is dat voor die paar demonstranten een heleboel mossos, oftewel ME’ers waren opgetrommeld. Achter de proteststoet kwamen ze aangerold; ik telde tien busjes en twee ambulances. Ik stond versteld van de stilte waarmee dat gepaard ging. Normaal gesproken is er altijd herrie rondom mijn huis vanwege het vele verkeer. Maar nu er geen verkeer reed vanwege de manifestatie, was het, qua auto’s althans, stil op het kruispunt voor mijn ramen. In de verte waren de demonstranten nog te horen, achter hen aan kropen de busjes met hun zwaailichten aan muisstil over het asfalt. Alsof niemand mocht weten dat ze stiekem de achtervolging hadden ingezet.

Vorig jaar is in Spanje in totaal 42.160 keer geprotesteerd. De cijfers van Barcelona, geen idee. Maar elke week wordt er minimaal één keer ergens gemarcheerd, geroepen, gefloten, gescholden en gehuild. Want dat de crisis veel kapot maakt, moge duidelijk zijn.

Altijd als een groep demonstranten onder mijn ramen voorbijtrekt, gaat er een rilling door mijn lijf. Negen van de tien keer voel ik mijn keel dicht gaan van emotie. Het is zo gaaf om te zien hoe mensen dusdanig gepassioneerd zijn over iets dat ze de straat op willen gaan om zich te laten horen. De saamhorigheid die daarbij hoort: wow. Maar het is ook zo verdrietig dat het blijkbaar nodig is om je stem te laten horen, keer op keer op keer. Als toeschouwer, want ik loop slechts in gedachten mee, proef ik de frustratie, de woede, de machteloosheid. En ik begrijp het, zó goed. Dan denk ik: ja, de straat op, allemaal! En tegelijkertijd vraag ik me af: zou het zin hebben?