Bloterik

Ik zag vandaag een meisje met een lange zwarte jurk en slippers. De jurk zat laag op haar rug. Je zag het zwarte bh-bandje en boven op haar rug een grote tatoeage van een zwaluw.

Daarna zag ik een mevrouw van middelbare leeftijd met een cowboyhoed en een korte broek op de kaart van Barcelona kijken.

Ik zag een blote peuter bij de kassa van de toko. Hij had zelfs geen schoenen aan. Om zijn nek hingen een paar kralenkettingen. Zijn moeder kocht algen en zeewier. De kassajuffrouw vroeg of de jongen het niet koud had. Volgens de moeder was dat niet zo: ‘Wij komen uit Oostenrijk.’

Een meisje begin 20 stond tegenover haar vriendje dat op een bankje in de zon achterover hing. Ze las hem de les met klare taal en klapte met haar vuist in haar hand.

Achter een dubbele kinderwagen liep de oma van de twee baby’s. Ze had een geblondeerd kapsel, droeg een luipaardprint jas en een rugzakje met goudkleurige details.

Ik zag twee mannen die een grote, glazen (planten?)bak in de auto probeerden te duwen. Al het karton en beschermend materiaal lag al op de grond. Met veel woordelijk geweld kregen ze hem er wel ingeschoven, maar de achterkant stak een halve meter uit de achterklep die niet dicht kon. Toen de een suggereerde ergens een busje vandaan te halen, vloekte de ander.

Een meisje stak haar armen in de lucht. Ik weet niet waarom, of wat ze deed. De zon scheen namelijk achter haar en ik werd gegrepen door het zichtbare silhouet van haar bh-loze lichaam onder de doorzichtige, witte trui.

Ik zag op verschillende plekken langs mijn route mannen naar een voorbijlopende vrouw kijken, of specifieker: naar haar borsten of billen. Ik zag ze hun hoofd draaien en haar een tijdje volgen met een goedkeurende of zelfs verlekkerde blik.

Ik zag een mollige dame met een strak shirt op een ‘hippe’ legging. Zou ze geweten hebben dat die legging in de zon doorzichtig is? En dat iedereen haar hoog opgetrokken onderbroek eronder kon zien zitten?

Ik zag twee politieagenten naast hun geparkeerde scooters staan. In plaats van aandacht te hebben voor wat er op straat speelde, gingen ze allebei helemaal op in hun mobiel.

Voor ik hem in de smiezen kreeg, zag ik de blikken die hij trok. Hij hoort al jaren bij het straatbeeld, op de fiets of wandelend, met een linnen tasje om zijn schouders. Waarom hij opvalt? Hij is poedelnaakt. En ja, egaal bruin.

Ik zie, ik zie en ik hou ervan.

Mobiele eenheid

Een groep studenten schuift wat tafeltjes bij elkaar op een terras op het drukke plein. De hoge palmbomen benemen deels het zicht op de warme lentezon. Een paar van de meisjes is zomers gekleed, een van de jongens draagt een T-shirt. Een paar anderen wanen zich nog in de winter en gaan met hun jas aan zitten. De ober komt er direct aan om hun bestelling op te nemen. Een voor een kijken ze op van hun telefoon om een drankje door te geven. Sommigen nemen die moeite niet en blijven driftig sliden en typen terwijl ze verstrooid om una cerveza vragen.

Een enkeling kijkt eerst nog wat om zich heen, maar binnen no time zit de hele groep met de mobiel in de hand. Soms worden er wat woorden gewisseld, soms wordt een beeldscherm onder de neus van de buurman of -vrouw gedrukt. Ze hebben het er maar druk mee, met Facebook, durf ik te wedden. En Twitter. En Pinterest. En Instagram. En e-mail. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk.

Ze gaan zo op in hun digitale wereld, dat ze niet zien hoe het hondje van een buurtbewoner een drol draait op het midden van het plein. Zij, het baasje, is een jaar of 58. Haar haren knalrood geverfd. Ze draagt een knalroze – zo’n neonkleur – shirt. Aan haar mollige benen plakt een legging met luipaardprint. Het is een tragikomisch gezicht.

De groep studenten ziet niet hoe een groepje duiven op zoek is naar eetbare kruimels. Tussen de grijze ‘ratten met vleugels’ trippelen felgroene papegaaien. Als een peuter op ze af komt rennen, vliegen ze bijna allemaal op. Twee dappere – of vooral hongerige – gevleugelden hupsen zenuwachtig opzij, kijken schichtig om zich heen, maar blijven ondertussen de pikbeweging richting de grond maken.

Een stel van middelbare leeftijd, overduidelijk toeristen, zit aan de andere kant van het terras. Beiden, ook de man, kijken vertederd naar een baby’tje in de armen zijn moeder. Ze ziet er goed uit, zonder wallen onder haar ogen.

Er stijgt gelach op uit de mobiele eenheid. Het lijkt erop dat tussen een paar meiden een geanimeerd gesprek begint. Of toch niet? Nee, het was iets grappigs, verstopt in een telefoon. De vingers tikken en sliden verder. Heel sociaal, die media.