Maakt niet uit

*mopperdemopperdemopper*

Dan zucht ik eens diep en bied mijn excuses aan terwijl ik zijn avondluier dichtplak.
– Sorry lieverd, dat ik zo chagrijnig loop te doen.
– Dat maakt niet uit, mama. Ik wil je knuffelen.
Zijn vergoelijkende woorden treffen me diep. Zijn ogen kijken me vol oprechte vriendelijkheid aan. Ontroerd buig ik me over hem heen en knuffel hem. Zijn armpjes slaat hij stevig om me heen. En hij zegt:
– Ik vind je lief.
Ik maak me half los uit onze omhelzing en kijk eens goed naar het bijzondere, gevoelige wezentje dat onder me ligt. Die stralende ogen. Die onvoorwaardelijke liefde.
– Ik vind jou ook lief.
– Ik vind jou ECHT zó lief.
Hij plant een dikke smakkerd op mijn mond. Ik plant er nog wel vijf terug. Dan worstelt hij zich los en begint hij het bed als een trampoline te behandelen.
– Mag ik nog even springen?