Opa bus

‘Opa bus. Brabbel brabbel opa bus. Brabbel opa bus.’
Zijn voetstapjes komen dichterbij tot hij in de deuropening van de keuken verschijnt. Zijn serieuze gezichtje kijkt naar me op.
‘Opa bus.’ En hij wijst naar de kamer waar opa sliep. ‘No opa.’
‘Opa is weggegaan met de bus, hè schatje.’
‘Opa. Weg. Bus.’
‘Ben je een beetje verdrietig?’
‘Ja…’

*slik*

‘Opa komt wel weer een keer liefje.’
‘Tam brabbel bus nee. Brabbel mama bus nee. Opa bus. Brabbel brabbel Tam mama no bus,’ legt hij me hoofdschuddend uit. Wij zijn niet met de bus weggegaan. Alleen opa.

*slik*