Bravo, mama

‘Etrege etrege, odde nat. Etrege etrege, odde nat. Etrege etrege, odde nat.’ Het regent. En de pannetjes worden nat. Een van de weinige liedjes die hij graag zelf zingt. Maar toen het laatst stil bleef onder het plastic dat de buggy bedekte, ging ik maar zingen.
‘Het regent, het regent, de pannetjes worden nat. Er kwamen twee vriendinnetjes aan, die vielen op hun gat, kletsnat.’ Er klonk geklap vanuit de buggy.
‘Babo mama! Babo!’ (Bravo)

Later die middag zette ik een dvd’tje op, terwijl het buiten met bakken naar beneden kwam.
‘Deze wil je toch zien?’
‘Ok. Piepo, ok.’ (Little People)
‘Zo, even wachten tot ’ie laadt… Hij begint zo.’
‘Heel goed, mama.’

Altijd leuk om complimentjes te krijgen…

Kleurenblind

Barcelona heeft bijzondere kleuren. Dat wist ik al. Als de zomerse avondzon over de daken schijnt en je zit voor het museum van Catalaanse nationale kunst op de Montjuïc, kleurt de stad bijvoorbeeld rood.

Eerder deze week hing er mysterie in de lucht. De stad ging al dagen gebukt onder de regenval, maar tussen de buien door zag het buiten ineens geel. Of groen. Daar kwam ik niet helemaal uit. Het licht kon niet naar boven ontsnappen door de wolken heen en werd tussen de huizen samengedrukt tot een ondefinieerbare kleur. Binnen moest een lamp aan. Door mijn ramen keek ik op de groene toppen van de bomen. Waren die twee maanden geleden nog kaal – of kapot, volgens mijn tweejarige zoon – sinds de zon weer volop schijnt, zijn de bladeren ’s nachts tevoorschijn gekomen en zijn de bomen gegroeid. Zou de lucht de bladeren weerspiegelen? Gefascineerd bleef ik de hele middag kijken. Zodra het regende, leek het lichter te worden en werd de stad haar normale, ‘witte’ zelf. Maar klaarde het op, dan werd ze weer donker en raadselachtig. Het was het vraagstuk van de dag: was het buiten nu groen of geel?

’s Avonds bracht een knappe dame tijdens het avondnieuws het verlossende antwoord: het dikke wolkendek dat boven de Spaanse oostkusten hing, droeg Sahara-zand bij zich, wat maakte dat de stad rood kleurde. Niet geel. Niet groen. Rood.

Regen

De regen komt vanmiddag met bakken uit de hemel. Dat gebeurt hier niet zo vaak en ik geniet er heel erg van. Zolang ik thuis ben dan.

Vanmorgen had ik veel gedaan en toen ik na een late lunch mijn ogen zwaar voelde worden, besloot ik tot een rustmoment. Met een dekentje over me heen maakte ik het me gemakkelijk op de bank. De deur naar het balkon stond open en het typische geluid van een natte straat vulde het appartement. Ik zette het alarm op mijn telefoon en gunde mezelf bijna een uur slaap…

… Ik schoot omhoog en griste mijn mobiel van de bankleuning. Was het nog zo vroeg of was m’n alarm niet afgegaan? 16.51 uur. NIET!! Ik vloog van de bank, graaide mijn tas van de tafel, en stapte in een regenlaars. Au! Ik trok mijn voet terug, draaide de laars om en er kwamen een poppetje en een draak uitgerold. Zo snel mogelijk trok ik mijn laarzen aan, keek nog of ik een paraplu zag, maar geen tijd om te zoeken! Ondertussen dacht ik aan Carmen, de crèchedirectrice die nu zo ongeveer de laatste ouders en kinderen naar buiten veegde. Ik dacht aan die arme S: zouden ze hem met zijn jas aan op de gang zetten?

Niet geheel ongevaarlijk rende ik de schuin aflopende treden van de trap af en gruwelde bij de gedachte aan alle rode lampjes op de taxi’s die ik zou gaan zien. Maar toen ik de deur openzwaaide, zag ik een groen lampje op 5 meter afstand. Hevig zwaaiend rende ik op hem af. Ik trok de deur open en plofte op de bank: ‘Kun je alsjeblieft heel hard rijden? De crèche gaat dicht, ik ben te laat.’
‘Waar moet ik heen mevrouw?’ En hij reed echt heel hard. In no time stond ik voor de deur. S liep als enige wat rond in de klas, de juf zei dat ze me net wilde bellen. Oh, wat voelde ik me slecht.

En toen moesten we ook nog naar huis. ’s Morgens had ik uit voorzorg zo’n plastic regenhoes voor de buggy bij de crèche achtergelaten. M’n zoon zat droog. Maar al gauw voelde ik een dikke druppel door mijn haren op mijn hoofdhuid belanden en zich een weg naar beneden zoeken. Na een paar minuten zag mijn trui donkerbruin. Mijn (ge)steil(d)e haar hing in krullen om mijn gezicht. Ik blies de regen van m’n neus en voelde zelfs af en toe een druppel onder mijn broek m’n bilnaad inkruipen. Filmscène ten top.

Inmiddels zitten we warm en droog binnen. Buiten is het zeiknat. Ik ben moe en kijk uit naar bedtijd. Ook heb ik me voorgenomen nooit meer een dutje te doen als ik S nog ergens op moet halen.