Sol solet

Sol solet, vinem a veure vinem a veure, sol solet vinem a veure que tinc fred…’

Twee vrouwen zingen lachend op de fiets. De een houdt achter haar rug langs de hand van haar dochtertje vast. Ze zijn in de stad geweest.

Ze slenterden over de markt, dronken cappuccino in de zon op een terras. Ze slenterden wat meer, kochten een biologisch frietje en zochten een plekje op een trapje aan de gracht. Daar, onder boom waarvan de bladeren kleine druppeltjes hars verloren, aten ze hun lunch, kletsten wat, keken naar de toeristenboot die voorbijkwam, waren onder de indruk van een flinke meeuw die een op de grond gevallen patatje kwam halen en luisterden naar het klokkenspel van het oude gemeentehuis. Ze kochten verse vis, proefden van Hollandse aardbeien en genoten van die paar uurtjes samen die beiden ontspanning bracht.

Op de fiets naar huis genieten ze van het prachtige, overal ontluikende groen en praten over de Nederlandse lente. ‘Heb je de Cobetstraat gezien? De ene kant zo majestueus, met hoge bomen die de straat beschermen met hun overhangende groene dek. En aan de andere kant staan alle bomen in de felroze bloesem.’

Het kleine meisje achter op de fiets valt bijna in slaap, moe van de wandeling, het eten en het spelen op het plein. De vrouw op de andere fiets stelt voor een liedje te zingen om haar nog even wakker te houden. De moeder zet in: ‘Misschien kent Esther dit liedje ook nog wel. Sol…’

De andere vrouw zet meteen in: ‘…solet! Vinem a veure vinem a veure...’ Het liedje vraagt de zon om tevoorschijn te komen, omdat we het koud zouden hebben. Maar de zon is er. En het ís warm, zeker vanbinnen. Ze heeft nooit echt Catalaans leren spreken in de tien jaar dat ze in Barcelona woonde. Maar sommige dingen vergeet je blijkbaar nooit.

Melancholie

18 april

Het zonnetje… herstel. De zon staat fel te stralen, ook al is het nog geen zomer. De kalme Middellandse Zee schittert de vroege strandgangers tegemoet. Een volle rondvaartboot glijdt voorbij richting het Forum. Bij de chiringuito leunt een groep Hollanders, Duitsers en Engelsen op hun rode huurfietsen terwijl de gids hun aandacht probeert vast te houden met een of ander verhaal – vermoedelijk over de visserswijk. Vanaf de kant van de haven klinkt in de verte de herrie van een drilboor waarmee een straat opengebroken wordt.

Hier zit ik dan. Met de laptop voor me en een fles water naast me. Aan zee. In de zon. Een briesje dat verraadt dat de winter nog maar net plaats heeft gemaakt voor de lente, maakt dat ik mijn dunne vestje nog even aanhoud. Op het scherm prijkt een Worddocument waarin ik een volgend boek schrijf.

Klinkt goed, hè? Zo veel redenen om gelukkig te zijn. Maar deze ochtend voel ik slechts melancholie, omdat ik weet dat de dag komt dat het geen optie is om hier te gaan zitten. Dat de zon mij niet meer zo intens verwarmt. Dat een tapasje niet meer zo besteld is en ik geen Catalaans of Spaans om me heen meer hoor. De onrust in mij wakkert steeds meer aan.

Alledaags drama

De zon schijnt. Het is een mooie dag.

Oranje pilonnen versperren de twee laterale rijbanen van de vijfbaansweg in het midden. Een groepje agenten staat geanimeerd met elkaar te kletsen. Voor hen is het een normale werkdag.

Het voetgangerslicht springt op groen, maar weinig mensen steken over. De meesten blijven staan kijken. Met de handen in hun broekzakken of lurkend aan een sigaretje. Ze kijken richting de plek waar onder andere een politiebus en twee politieauto’s staan.

Als al het verkeer op de grote kruising even stilstaat voor het rode licht, is het geluid van een bezem hoorbaar.

Twee ambulances staan op de brede stoep tussen de hoofdweg en de laterale rijbanen. De deuren zijn dicht. Een paar meter verderop, half op de stoep, half op de weg, ligt een fel geelgekleurde brancard. Er ligt niemand op.

Een toerist, die een paar minuten eerder uit de speciale vliegveldbus is gestapt, wandelt met zijn koffer in de ene hand en een opgevouwen kaart van de stad in zijn andere voorbij. Hij kijkt omhoog naar de huisnummers en ziet niet hoe een politieagent zaagsel over de roodgekleurde stoeprand veegt.

De zon schijnt. Het is een mooie dag. Voor de meesten, althans.